Petite messe solennelle: Rossini’s sprankelende ‘oudedagszonde’

Vanaf 24 januari streamt De Nationale Opera een uitvoering van de populaire Petite messe solennelle van Gioacchino Rossini. Hij componeerde deze mis-met-operatrektjes in 1863 en omschreef haar als ‘mijn laatste oudedagszonde’.

Veelal wordt de oorspronkelijke versie uitgevoerd, voor klein koor, zangsolisten, harmonium en twee piano’s, maar DNO presenteert Rossini’s bewerking voor groot koor en symfonieorkest. De Italiaan Andrea Battistoni dirigeert het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Koor van DNO.

We kennen Gioacchino Rossini vooral als leverancier van hilarische opera’s, met als bekendste De barbier van Sevilla, die hij in 1816 in een paar dagen tijd voltooide. De weergaloos virtuoze aria ‘Largo al factotum’ van hoofdpersoon Figaro werd in ons land onsterfelijk gemaakt door de persiflage van televisiekomiek Dorus in de jaren 1960. Zijn versie is nog altijd een hit op YouTube.

Italiaanse Mozart

Rossini was nog maar vierentwintig toen hij de Barbier componeerde. Hij schreef altijd razendsnel en had een ongelooflijk productie: in nog geen twintig jaar tijd produceerde hij veertig opera’s. Vanwege zijn enorme flair voor het bedenken van aansprekende melodieën werd hij wel de ‘Italiaanse Mozart’ genoemd.

Met vroege opera’s als Tancredi en L’Italiana in Algeri oogstte hij veel succes, maar met de Barbier brak hij definitief door. Al snel werd Rossini beschouwd als de grootste Italiaanse componist van zijn tijd. Hij had een sterke invloed op jongere collega’s als Vincenzo Bellini en Gaetano Donizetti. Maar pas met de komst van Giuseppe Verdi was er weer een componist die hem muzikaal naar de kroon stak.

Ondanks zijn immense succes stopte Rossini in 1829 vrij plotseling met het componeren van opera’s, niet lang nadat hij in Parijs zijn weinig succesvolle Guillaume Tell had gepresenteerd. Hij voelde zich uitgeput, zijn gezondheid was slecht en zijn huwelijk was op de klippen gelopen.

Grootse ‘kleine mis’

Met een nieuwe geliefde vestigde hij zich weer in zijn vaderland, maar vanwege de politieke onrust keerde hij in 1855 terug naar Frankrijk. Hij bouwde een villa in een buitenwijk van Parijs, waar hij zijn gezondheid en goede humeur hervond. Hier ook ging Rossini weer vaker componeren: korte pianostukjes, liederen en andere kamermuziek die hij zelf omschreef als ‘kleine oudedagszonden’.

Zijn laatste ‘zonde’ was de Petite messe solennelle, die hij in 1863, op zijn 71e voltooide. De ironische titel getuigt van zijn gevoel voor humor: deze ‘plechtige kleine mis’ is allesbehalve klein. Met een lengte van meer dan een uur, een groot koor, vier solisten en een – althans in zijn latere bewerking – volledig bezet symfonieorkest, gaat zij de capaciteit van menig kerk te boven.

Plechtig lijkt zij evenmin. Wie de hoempa-achtige openingsakkoorden hoort, zal eerder denken aan een parodie dan aan een serieuze mis. Maar zodra het koor het ‘Kyrie’ inzet zitten we opeens wel degelijk in de kerk, met schitterende partijen die in hun vernuftige lijnenspel aanhaken bij oude muziek en zelfs het gregoriaans.

Rossini strooit ook een scala aan sprankelende vocale solo’s door zijn mis die niet zouden misstaan in de luchtige Barbier van Sevilla. In zijn bewerking voor orkest voegde hij een extra deel toe, een zetting van de hymne ‘O salutaris hostia’ voor sopraan solo. Tragisch genoeg zou Rossini deze versie nooit zelf horen, omdat hij geen toestemming kreeg vrouwen te laten zingen in een kerk.

Snaakse schakeling tussen ernst en gein

Pas drie maanden na zijn dood klonk de wereldpremière van deze orkestversie, in het Théâtre-Italien in Parijs. Mooi dat DNO haar nu aanbiedt als online productie, om wat licht in deze sombere tijden te brengen. Zij biedt tegelijkertijd een podium aan jong talent. Op de bok staat de jonge Italiaanse dirigent Andrea Battistoni en de vier solisten behoren tot de rijzende sterren aan het internationale operafirmament.

Dit sluit mooi aan bij de snaakse, jeugdige tegendraadsheid die Rossini in zijn Petite messe solennelle etaleert. Sommige aria’s zouden niet misstaan in een van zijn komische opera’s. Het is precies die onstuimige schakeling tussen ernst en gein die zijn ‘laatste oudedagszonde’ zo onweerstaanbaar maakt.

Petite messe solennelle is van 24-1 t/m 21-2 te bekijken viade site van De Nationale Opera.

Auteur: Thea Derks

I am a Dutch music journalist, specializing in contemporary music, and a champion of women composers. In 2014 I wrote the biography of Reinbert de Leeuw (3rd edition in 2020) and in 2018 I published 'Een os op het dak: moderne muziek na 1900 in vogelvlucht'.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s