Hanns Eisler: levenslange strijd tegen onderdrukking

Zaterdag 6 februari 2021 zingt de bariton Matthias Goerne liederen van Hanns Eisler in de NTRZaterdagMatinee. Aan de piano zit Alexander Schmalcz. Het concert wordt vanuit een leeg Concertgebouw live uitgezonden op Radio 4. Een buitenkans, want uitvoeringen van de muziek van Eisler zijn in ons land tamelijk zeldzaam. In 2019 organiseerde de Eislerstichting daarom een tweedaags symposium rond Eisler, waarbij ik als interviewer betrokken was. Destijds publiceerde ik onderstaand portret op Opusklassiek. Veel leesplezier!

Amsterdam, 17-9-2019

Wie was Hanns Eisler (1898-1962)? Hij is een coryfee in Oostenrijk en Duitsland maar in ons land wordt zijn muziek zelden uitgevoerd. Toch is zijn werk nog altijd hoogst actueel. Zijn leven lang streed hij tegen onderdrukking, zoals ook nu mensen in landen als Hongkong en Venezuela strijden voor hun vrijheid.

Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met die van Bertolt Brecht, met wie hij de communistische zaak verdedigde. Eisler voorzag diens wrange teksten van opruiende muziek met een stevige dosis jazz en volkse elementen. Alles om de verdrukte horden op de barricaden te krijgen. Hij vluchtte voor de nazi’s naar Amerika, maar werd daar het slachtoffer van communistenvreter McCarthy.

De Hanns Eisler Stichting hoopt haar naamgever weer op de kaart te zetten. Op 28 en 29 september organiseert zij een ambitieus symposium boordevol muziek, lezingen, een rondetafelgesprek met hedendaagse componisten en een presentatie van Eisler-partituren in het omroeparchief. Een unieke kans om leven en werk van deze gedreven componist (opnieuw) te leren kennen.

Van Weens Conservatorium naar Arnold Schönberg

Hanns Eisler werd in 1898 in Leipzig geboren als zoon van de filosoof Rudolf Eisler. Op zijn derde verhuisde de familie naar Wenen, waar een piano werd gehuurd – als er geld was. Helaas ontbrak het daar vaak aan, en de muziekhongerige Hanns maakte zich het componeren eigen uit boeken en partituren. Al tijdens zijn studie aan het gymnasium schreef hij zijn eerste stukjes. Samen met zijn broer Gerhart werd hij in deze periode lid van een progressieve jongerenclub.

In de Eerste Wereldoorlog vocht Hanns Eisler in een Hongaars regiment, waarbij hij enkele malen gewond raakten. Bij terugkeer schreef hij zich in als compositiestudent aan het Conservatorium van Wenen. Hij vond het onderwijs daar echter te weinig spannend en wendde zich in 1919 tot Arnold Schönberg. Die gaf hem vier jaar gratis les. In deze periode ontwikkelde hij zijn twaalftoonsmuziek, die Eisler aanvankelijk omarmde. Met als bekendste resultaat de liederencyclus Palmström, die met zijn springerige ‘Sprechgesang’ sterk verwant is aan Schönbergs Pierrot lunaire.

Van twaalftoonsmuziek naar agitprop

Eisler liet de atonale stijl van Schönberg al snel varen toen hij in 1925 naar Berlijn verhuisde. Hij stelde zich open voor invloeden uit de jazz- en de populaire muziek en ontwikkelde een Marxistische maatschappijvisie. Broer Gerhart was inmiddels een communistische journalist, zus Elfriede (alias Ruth Fischer) was medeoprichter van de Communistische partij. Hoewel Eisler de beweging ondersteunde, werd hij naar eigen zeggen nooit actief lid.

In deze periode raakte Eisler verwijderd van zijn vroegere docent Arnold Schönberg. Diens muziek stond volgens hem te ver af van het volk. Op zijn beurt gruwde de jeleermeester van de ‘vulgaire’ trekjes in het werk van zijn vroegere pupil.

Maar Eisler was er van overtuigd dat muziek in dienst moest staan van maatschappelijke veranderingen. Daarom sloot hij zich aan bij de agitpropgroep ‘Das rote Sprachror’. Al snel ging hij marsliederen en opruiende koorwerken componeren, die in heel Europa gezongen werden door linkse vakbewegingen. Toen Eisler in 1929 de zanger Ernst Busch ontmoette, kwam zijn carrière in een stroomversnelling. Busch bracht zijn maatschappijkritische liederen met een schrijnende intensiteit over het voetlicht.

Bertolt Brecht

Dat Eisler zou gaan samenwerken met de links-radicale toneelschrijver Bertolt Brecht lag voor de hand. Ze leerden elkaar kennen in 1930 en smeedden een levenslange vriendschap, waarin ze samenwerkten in vele producties. Beroemd werden Die Massnahme, Die Mutter en de film Kuhle Wampe. Het hierin gebruikte Solidariteitslied werd een internationale hit.

Samen met Brecht stelde Eisler vlijmscherp de hypocrisie van de heersende klasse aan de kaak. De gewone man wordt uitgebuit en ingezet als pion om hun machtshonger te bevredigen. Een schitterend voorbeeld is Das Lied vom SA-Mann, een uiterst felle aanklacht tegen oorlog. In wezen schiet je immers op je broeders, die net als jij het slachtoffer zijn van de machthebbers.

Na hun machtsovername in 1933 deden de nazi’s het werk van Eisler en Brecht als ‘entartet’ in de ban. Eisler zwierf een aantal jaren door Europa en Amerika voor hij zich in 1938 definitief in Amerika vestigde. Ook Brecht bleef aanvankelijk in Europa, waar hij in verschillende Scandinavische landen woonde voor hij Eisler in 1941 naar de Verenigde Staten volgde.

Verzoening in exil

Eislers naam als componist van maatschappijkritische stukken in een hybride klassiek-populaire stijl was inmiddels gevestigd. Geleidelijk ontwikkelde hij een synthese tussen de vroegere atonaliteit en zijn meer op jazz en cabaret geïnspireerde schrijfwijze. Hij ging ook teksten van andere schrijvers gebruiken. In 1937 componeerde hij de Römische Kantate op een tekst van de Italiaanse antifascistische dichter Ignazio Silone. Het is één grote aanklacht tegen de dictatuur van Mussolini.

In 1938 werd Eisler docent aan de New School for Social Research in New York. Twee jaar later kreeg hij een beurs van Mexico University om onderzoek te doen naar de functie van filmmuziek. In 1942 verhuisde hij naar Hollywood. Daar kwam hij opnieuw in contact met Bertolt Brecht, met wie hij weer ging samenwerken. Naast enkele films maakten ze toneelstukken als Furcht und Elend des dritten Reiches en Galileo.

In Hollywood verzoende Eisler zich ook weer met Arnold Schönberg, die hij in contact bracht met Charlie Chaplin en Bertolt Brecht. De laatste dichtte zelfs een verjaardagscantate voor Schönberg, die Eisler op muziek zette.

Van ‘entartet’ naar ‘Un-American’

Eisler had gedacht in het Land of the Free veilig te zijn voor de nazi’s, maar kwam bedrogen uit. In 1947 moest hij verschijnen voor de beruchte ‘Committee of Un-American Activities’ van senator McCarthy. Deze verweet hem communistische sympathieën te koesteren en noemde zijn broer Gerhart een ‘communistische spion’. Eisler reageerde furieus:

’Ik word ervan beschuldigd de broer te zijn van Gerhart Eisler, die ik liefheb en bewonder en die ik zal blijven verdedigen. Gelooft de commissie dat broederliefde on-Amerikaans is? Belangrijker, de commissie hoopt dat zij door mij te vervolgen, vele andere kunstenaars in Amerika kan intimideren die haar niet welgevallig zijn, om allerlei onwaardige redenen.’

‘De commissie hoopt een jacht te openen op elke liberale, progressieve en maatschappelijk bewuste artiest in dit land, en hun werken te onderwerpen aan een ongrondwettige en hysterische politieke censuur. ’Het is afschuwelijk te bedenken wat er van de Amerikaanse kunst moet worden als deze commissie gaat beoordelen wat Amerikaanse en wat Niet-Amerikaanse kunst is. Dat is hetzelfde als wat Hitler en Mussolini probeerden. Ze hebben geen succes gehad.’

Socialistische heilstaat

Dankzij internationale protesten werd Eisler niet veroordeeld, maar het land uitgewezen. Via Wenen vestigde hij zich uiteindelijk in Oost-Berlijn, de hoofdstad van de kersverse DDR. Eisler droeg hier vol overgave bij aan het opbouwen van de socialistische heilstaat. Hij was ervan overtuigd dat hij de zaak het beste diende door ‘toegepaste muziek’ te componeren, voor film, theater, televisie, cabaret en publieksmanifestaties. Hij schreef ook het Oost-Duitse volkslied.

Hoewel Eisler de socialistische zaak zeer was toegedaan, kwam hij ook in de DDR in aanvaring met de autoriteiten. Toen hij in 1953 zijn zelf geschreven libretto Faust publiceerde, meende hij een ‘Nationaloper’ geschreven te hebben, die ondubbelzinnig de uitbuiting van het gewone volk aan de kaak stelde. De apparatsjiks verweten hem echter een antisocialistische, pro-Amerikaanse houding. De verwijten zijn extra wrang gezien zijn verbanning uit de VS en zijn vrijwillige terugkeer naar de DDR.

(K)ein Leben ohne Angst

Ondanks zijn ongemakkelijke verhouding met de autoriteiten bleef Eisler Oost-Duitsland trouw. Hij schreef zelfs een zogenaamde ‘Canossabrief’, waarin hij nederig beloofde zich te voegen naar de wensen van de staat. In 1962 voltooide hij zijn laatste werk, Ernste Gesänge, op teksten van verschillende dichters. Hierin lijkt hij de balans van zijn leven op te maken. De frase ‘Leben ohne Angst zu haben’ uit het zesde lied spreekt wat dat betreft boekdelen.

Hanns Eisler voltooide dit werk in 1962, kort daarop stierf hij. Pas een jaar later werden zijn Ernste Gesänge in première gebracht. Een daarvan wordt uitgevoerd in het Muziekcentrum van de Omroep in Hilversum, waar verschillende Eisler-arrangementen liggen opgeslagen. Een waardig besluit van de tweedaagse Eislerdagen.

Auteur: Thea Derks

I am a Dutch music journalist, specializing in contemporary music, and a champion of women composers. In 2014 I wrote the biography of Reinbert de Leeuw (3rd edition in 2020) and in 2018 I published 'Een os op het dak: moderne muziek na 1900 in vogelvlucht'.

Eén gedachte over “Hanns Eisler: levenslange strijd tegen onderdrukking”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s