Rob Zuidam over zijn opera Rage d’Amours: ‘Johanna nam me bij de hand’

In 2005 presenteerde De Nationale Opera in coproductie met het Holland Festival de opera Rage d’Amours van Rob Zuidam. Vijf jaar later ontving hij de Kees van Baarenprijs voor deze bloedstollende productie over het leven van Johanna de Waanzinnige. De prijsuitreiking vormde onderdeel van het Festival Dag in de Branding, met een uitvoering door het Residentie Orkest onder leiding van Otto Tausk.

In zijn komende editie op 10 april presenteert het festival in plaats van live muziek een videoregistratie van deze uitvoering. In 2005 interviewde Zuidam over zijn opera voor het programmaboek van De Nationale Opera. Hieronder een verkorte versie.

Amsterdam, juni 2005, Programmaboek Rage d’Amours

Rob Zuidam (1964) begon zijn carrière in een rockgroep, maar zijn interesses liepen niet helemaal parallel met die van de andere bandleden: ‘Ik wilde niets liever dan repeteren, liefst de hele dag, maar zij waren meer geïnteresseerd in blowen en drinken dan in muziek maken. Bovendien kreeg ik al snel behoefte om de gangbare rockschemaatjes te doorbreken, maar dat vereiste een alertheid die zij niet op konden brengen. Dus ben ik zelf gaan rommelen met bandrecorders.’

Al doende raakte Zuidam geïnteresseerd in alle muziek die hij maar kon vinden in de Centrale Discotheek van Rotterdam, van Aboriginals en Eskimo’s via de gangbare klassieken tot en met de twintigste eeuw: ‘Vooral de moderne muziek trok me ontzettend en via platenhoezen ontdekte ik telkens nieuwe namen. Toen ik las dat iemand compositie gestudeerd had bij Olivier Messias, begreep ik opeens dat je componeren kennelijk kon leren. Kort daarna ging ik naar het Conservatorium van Rotterdam, waar de portier mij verwees naar Klaas de Vries.’

Ook al was hij technisch nauwelijks onderlegd, werd hij aangenomen. Hij kreeg les van de Belgische componist Philippe Boesmans en Klaas de Vries en ontwikkelde zich al snel tot iemand die met flair moderne compositietechnieken paart aan een directe zeggingskracht. In korte tijd groeide hij uit tot een internationaal vermaarde componist.

In 1994 schreef hij in opdracht van de Münchner Biennale zijn eerste opera, Freeze. Het door Zuidam zelf geschreven libretto verhaalt van de miljonairsdochter Patricia Hearst, die gekidnapt wordt en zich aan de zijde schaart van haar ontvoerders. In deze opera koppelt Zuidam moeiteloos sappige filmmuziek, cabaret en scheurende gitaarsolo’s aan de grote intervalsprongen van de naoorlogse avant-garde.

Liefde tot over de dood

In 2003 volgde zijn tweede opera, Rage d’Amours, over het leven van Johanna de Waanzinnige (1479-1555), die hij componeerde voor het Symfonieorkest van Boston. ‘Ooit attendeerde een vriend mij op de echtgenote van Philips de Schone (1478-1506), die na zijn dood diens lijk door Spanje zeulde in de hoop dat hij weer tot leven zou komen. Uiteindelijk sloot men haar op, waarna ze zesenveertig jaar lang vanuit een kerker uitkeek op het graf van haar man.’

Zuidam werd onmiddellijk gegrepen door haar passie: ‘Ze vroeg niet meer van het leven dan voor altijd bij haar man te zijn. Ik vind die toewijding tegelijkertijd bewonderenswaardig en verontrustend. Haar liefde is werkelijk onvergankelijk: in welke staat Philips’ lichaam ook verkeert, zij blijft van hem houden. Dat staat haaks op onze menselijke natuur, waarvoor het uiterlijk veel gewicht in de schaal legt. We kennen allemaal momenten waarop we moeten beslissen wel of niet aan onze impulsen toe te geven. Johanna besluit dat ze haar leven zal wijden aan haar geliefde en doet dit met volledige overgave. Die extase fascineert mij.’

Rob Zuidam (c) Maarten Slagboom

Ook voor Rage d’Amours schreef Zuidam zelf het libretto, dat hij baseerde op contemporaine Spaanse, Franse en Latijnse geschriften. ‘In een boek over Johanna de Waanzinnige vond ik verwijzingen naar zestiende-eeuwse bronnen, die ik op ging sporen. Ik stuitte op het verslag van een anonieme chroniqueur, die het leven van Johanna van binnenuit beschrijft, in oud-Frans, de taal van het hof. Het is een soort sprookjes-Frans, zó mooi dat ik een groot deel van het libretto hierop heb gebaseerd.’

De verslaggeving is gedetailleerd en onverbloemd, zegt Zuidam: ‘De auteur was duidelijk een intimus van het echtpaar. Hij beschrijft bijvoorbeeld hoe Philips zo’n beetje iedere jongedame zijn bed insleurde en tot welke razende jaloezie – ‘rage d’amours’ – dit Johanna dreef. Ook wordt minutieus uit de doeken gedaan hoe Philips’ lijk uit elkaar gesneden en gebalsemd wordt, hoe Johanna hiermee vervolgens rondtrekt en haar persoonlijke hygiëne verwaarloost: ze wast zich niet en plast in haar kleren.’

‘Ik heb deze teksten in de mond gelegd van de componist Pierre da la Rue, die fungeert als verteller. Hij was verbonden aan de kapel van Philips en Johanna en verkeerde op intieme voet met hen: ze noemden hem liefkozend Pierchon. In de zevende scène, waarin Johanna het lijk zoent, heb ik een deel uit zijn motet Delicta juventutis geciteerd, dat hij componeerde naar aanleiding van Philips’ dood.’

Drie Johanna’s

Opvallend is dat de rol van Johanna is verdeeld over drie sopranen. Zuidam: ‘De opera speelt zich af in een kerker, die fungeert als metafoor van haar hoofd. De drie stemmen brengen haar obsessie en getourmenteerdheid aan de oppervlakte. Johanna 3 heeft een solo in de tweede scène, waarin ze samen met Philips schipbreuk dreigt te lijden. Terwijl de omstanders moord en brand schreeuwen, blijft zij aardskalm: het maakt haar niet uit of ze verdrinken, ze is immers samen met haar man. Zij is de onwankelbare.’

‘Johanna 2 representeert haar geëxalteerde kant: terwijl de monniken het lijk van haar man uit elkaar halen, zingt zij steeds opnieuw ‘mi amado’, mijn geliefde. Het vleselijke, necrofiele aspect wordt verbeeld door Johanna 1, die in de zevende scène het lijk omhelst. Vaker zijn ze samen Johanna, zoals aan het begin, wanneer zij een weeklacht zingen. Ik vond dat een ontroerend beeld, drie klaagvrouwen rouwend om een kist. Toen ik eenmaal het idee had Johanna door drie zangeressen te laten zingen, ging de inspiratie meteen stromen.’

Het levensverhaal van de Spaanse koningin is weliswaar aangrijpend, maar levert weinig actie op. Hoe hou je desondanks de spanning vast? Zuidam: ‘Ik heb een schetsmatige vorm in mijn hoofd, en vul die per scène in. Dat betekent varen op je innerlijke kompas. Na de intense vijfde scène bijvoorbeeld, waarin Johanna 2 haar hartstochtelijke liefdesverklaring zingt, kan niet meteen weer iets zwaars komen, dus volgt een kort tafereel waarin een poetsvrouw de vloer boent, begeleid door haar eigen geborstel en een contrabasklarinet. Hierop volgt de passage waarin de doodskist geopend wordt, zodat Johanna het lijk kan kussen.’

Spannend is ook dat Philips, hoewel hij al dood is aan het begin van de opera, toch soms levend wordt opgevoerd. Zoals in de achtste scène, waarin hij een hartverscheurend liefdesduet zingt met Johanna 1, later aangevuld met de andere twee Johanna’s. ‘Ik wilde iets vangen van de eerste, gelukkige periode van het jonge paar. Ik heb lang gezocht naar passende teksten, die ik uiteindelijk vond in het Hooglied, die hebben  precies de verheven puurheid die ik zocht.’

Hoewel Zuidam niet bewust heeft gestreefd naar couleur locale, haakt de muziek van Rage d’Amours wel degelijk aan bij de Renaissance, met subtiele verwijzingen naar Vlaamse polyfonie, en quasi gregoriaans gezang. En sommige versieringen van de zanglijnen klinken onmiskenbaar Spaans. De componist acht dit onvermijdelijk: ‘Muziek en onderwerp zijn met elkaar verweven. Freeze speelt zich af in het Californië van de jaren 1970, dus die opera is veel poppier. Rage d’Amours is gezet in de zestiende eeuw, de pas is trager en het totale klankbeeld is anders.’

‘Sowieso heb ik nu meer het idee tot de kern gekomen te zijn van wat ik wilde zeggen. Enerzijds omdat ik meer ervaring heb, anderzijds vanwege het thema. Hoewel ik geboeid was door Patricia Hearst, bleef ik haar diep in mijn hart een stom rijkeluiskind vinden, terwijl Johanna me intens raakte: ik ben echt van haar gaan houden. Dat heeft me enorm geholpen bij het componeren. De vijfde scène ontstond bijvoorbeeld vrij intuïtief: alles lag gewoon klaar. Soms vroeg ik me af of het niet te geëxalteerd zou worden, maar op die duistere momenten nam Johanna mij bij de hand. Dan schreef de muziek zich vanzelf.’

Mijn artikel met plezier gelezen? Een donatie, hoe klein ook, is welkom. Dat kan via PayPal, of overboeking naar mijn bankrekening: T. Derks, Amsterdam, NL82 INGB 0004 2616 94. Mijn dank is groot!

De scènefoto (Hans Hijmering) toont een opname van de première in 2005, met v.l.n.r. de sopranen Young-Hee Kim, Barbara Hannigan en Claron McFadden. Reinbert de Leeuw dirigeerde Asko|Schönberg, Guy Cassiers verzorgde de regie. In 2019 verscheen de opname op cd.

Auteur: Thea Derks

Thea Derks is muziekpublicist, gespecialiseerd in moderne muziek. In 1996 voltooide zij cum laude haar studie muziekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. In 2014 publiceerde zij de veeleprezen biografie Reinbert de Leeuw: mens of melodie (in 2020 voor de derde druk aangevuld met 2 extra hoofdstukken). In 2018 verscheen 'Een os op het dak: moderne muziek na 1900 in vogelvlucht', volgens velen een 'must-have voor elke muziekliefhebber'.

Eén gedachte over “Rob Zuidam over zijn opera Rage d’Amours: ‘Johanna nam me bij de hand’”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: