AVROTROSVrijdagconcert op Goede Vrijdag: geen Matthäus maar Paulus

In plaats van de obligate Matthäus-Passion van Bach brengen het Groot Omroepkoor en het Radio Filharmonisch Orkest 2 april het oratorium Paulus van Felix Mendelssohn, die in 1829 Bachs passie opnieuw op de kaart zette. Dirigent Thierry Fischer vervangt Philippe Herreweghe, die op zijn beurt zou invallen voor Marcus Creed. Ik schreef de toelichting voor dit AVROTROSVrijdagconcert, dat ’s middags in TivoliVredenburg wordt opgenomen en vanaf 20.00 uur wordt gestreamd op Radio 4. Er is ook een webcast.

Felix Mendelssohn groeide op in een geassimileerde joodse bankiersfamilie, maar werd geconfronteerd met een onderhuids antisemitisme dat de hele Duitse maatschappij doortrok. Zijn grootvader, de filosoof Moses Mendelssohn, had zich een eeuw eerder weliswaar ingezet voor religieuze tolerantie en emancipatie van de joden, maar van een vanzelfsprekende acceptatie was nog lang geen sprake toen Felix in 1809 in Hamburg werd geboren. Voorzichtigheidshalve werd hij in 1816 dan ook protestants gedoopt, waarbij het christelijk klinkende ‘Bartholdy’ aan zijn naam werd toegevoegd.

Net als zijn oudere zus Fanny bleek Felix enorm muzikaal te zijn en het sprak voor zijn vader vanzelf dat hij een carrière in de muziek zou nastreven. Fanny werd dit verboden, maar zij zou zich desondanks ontwikkelen tot een gewaardeerde componist. Ook zou zij haar leven lang fungeren als klankbord voor de composities van haar broer.

Singakademie

Felix en Fanny kregen de beste leraren en werden al jong lid van de befaamde Singakademie in Berlijn, de stad waar het gezin in 1812 naartoe was verhuisd. Daar kregen zij les van Carl Zelter, een man die de muziek van Johann Sebastian Bach in ere hield. Tegen de verdrukking in, want al aan het einde van zijn leven werd Bach als hopeloos ouderwets beschouwd en na zijn dood was zijn muziek grotendeels van de concertpodia verdwenen.

Bij Felix Mendelssohn viel Bachs polyfone stijl echter in goede aarde en hij was blij verrast toen zijn grootmoeder hem voor zijn veertiende verjaardag een kopie van de Matthäus-Passion schonk. Samen met zijn zus Fanny en een groepje vrienden zette hij zich jarenlang in om deze passie te doen herleven en in maart 1829 vond eindelijk een uitvoering plaats in de Berliner Singakademie, met Felix dirigerend vanaf de piano. Het concert was een overweldigend succes en hierna begon de Matthäus-Passion aan een triomftocht langs de Duitse en internationale podia die nog altijd niet is gestopt.

Overigens kreeg het Duitse publiek niet de versie van Bach zelf te horen, maar een door Mendelssohn bewerkte partituur. De jonge componist schrapte elf van de vijftien aria’s en vier recitatieven en kortte de partij van de Evangelist drastisch in. Het orgel verving hij door een piano en sommige zanglijnen gaf hij een meer romantische wending, opdat zij voor een negentiende-eeuws gehoor een dramatischer lading zouden krijgen.

Opvallend is dat de passages die Mendelssohn coupeerde bijna allemaal een antisemitische strekking hadden. Zelf merkte hij op: ‘Is het niet ironisch dat een bekeerde jood de wereld haar grootste christelijke muziek moet teruggeven?’

Beknoptheid

Een behoefte aan beknoptheid openbaarde zich ook toen Felix Mendelssohn enkele jaren later begon aan een eigen oratorium over de lotgevallen van Saul, die zich na een openbaring bekeert, tot Paulus omdoopt en het christelijke geloof gaat uitdragen. Voortdurend maande Mendelssohn zijn co-librettist Julius Schubring tot compactheid en het oratorium duurt minder dan twee uur.

Felix Mendelssohn, geportretteerd door Wilhelm Hensel,
echtgenoot van zijn zus Fanny

Alle teksten zijn ontleend aan de bijbel en de Apostolische geschriften. Omdat Mendelssohn zijn stuk niet op tijd af had, vond de première pas plaats met Pinksteren 1836, het was een eclatant succes. Het oratorium werd in het Engels vertaald en een half jaar later als St. Paul uitgevoerd in Liverpool.

Net als in de oratoria van Händel en Bach is een grote rol weggelegd voor het koor, dat nu eens polyfone, door elkaar heen lopende partijen zingt, dan weer homofone, ritmisch gelijk met elkaar optrekkende lijnen in de koralen. Ook de afwisseling recitatief-aria is gehandhaafd, zodat het verhaal verteld wordt in de recitatieven, en de emoties tot uitdrukking komen in de aria’s.

Barok door romantische bril

De opbouw van Paulus mag vergelijkbaar zijn met de oratoria van Händel en de passies van Bach, de sfeer van de muziek is onmiskenbaar romantisch. Mendelssohn had zeven jaar eerder de partituur van de Matthäus-Passion vanuit een romantische blik ‘verbeterd’ en in Paulus slaat hij een brug tussen Bachs klankwereld en eigen romantische werken als Die Hebriden en Ein Sommernachtstraum.

Alleen al het aantal musici overstijgt vele malen wat Bach of Händel ter beschikking stond. Tijdens de première op 22 mei 1836 in Düsseldorf dirigeerde Mendelssohn een koor van ruim 350 zangers (onder wie zijn zus Fanny) en een orkest van bijna 200 musici. .

Meteen al in de ouverture tot het eerste deel grijpt Mendelssohn ons bij de lurven door een grote hoeveelheid koperblazers in te zetten in een machtige fanfare. Begeleid door nerveus articulerende strijkers schetsen zij een treffend beeld van het tragische lot van Paulus.

De onrust klinkt door in het hierop volgende ‘Herr, der du bist der Gott’, waarin het volk klaagt over de heidenen die ten strijde trekken tegen de leer van God. De fugatische, elkaar imiterende lijnen van het koor zijn gezet op een opzwepend ritme dat mooi contrasteert met de trage tred van het aansluitende koraal ‘Allein Gott in der Höh sei Ehr und Dank’, waarin juist het vertrouwen in Gods genade wordt uitgedragen.

Sopraan zingt vertellersrol

Opmerkelijk genoeg legt Mendelssohn de vertellersrol grotendeels in de mond van een sopraan. Zij beschrijft in spaarzaam door het orkest begeleide recitatieven de lotgevallen van de heilige Stefanus, die vele wonderen verricht maar te kampen krijgt met valse getuigen en gestenigd wordt. Haar verhaal is doorsneden met koorpassages waarin telkens dezelfde ritmen en melodieën terugkeren, als een soort leidmotief avant-la-lettre. 

Nadat Stefanus gestorven is, nemen een tenor en een alt de vertellersrol over en betreedt Saul het toneel. Met een diepe basstem, begeleid door paukenslagen en driftige strijkers in een martiale ritmiek bezingt hij zijn afkeer van de christenen: ‘Vertilge sie, Herr Zebaoth’.

Wanneer God zich aan hem openbaart, wordt diens stem niet vertolkt door een bas of bariton, maar door een ijl en lieflijk vrouwenkoor. Alsof Mendelssohn het beeld van de God der wrake uit het Oude Testament wilde vervangen door dat van de God der verzoening uit het Nieuwe.

Wereldvrede

Het tweede deel, waarin Saul zichzelf tot Paulus heeft omgedoopt en samen met Barnabas het christelijke geloof gaat uitdragen, opent met het vijfstemmige koor ‘Der Erdkreis ist nun des Herrn’, waarvan de grote intervalsprongen subtiel verwijzen naar de alomvattende macht van God.

De rol van verteller wordt nu afwisselend door de sopraan en een tenor gezongen. Na een wiegend duet van Barnabas en Paulus klinkt een al even hoopvolle koorpassage in zes-achtste maat waarin de komende wereldvrede wordt bezongen – dit was het lievelingsfragment van Queen Victoria.

Al snel slaat de sfeer echter weer om. Het koor wordt begeleid door angstaanjagend paukengeroffel en kopergeschal in de passage ‘Hier ist des Herren Tempel!’, waarin men Paulus ontmaskert als vroegere vervolger van de christenen en eist dat hij gestenigd wordt.

Jubelende lofzang op de Heer

God – ditmaal een tenor – zingt hem echter bemoedigend toe: ‘Fürchte dich nicht, ich bin bei dir’, terwijl een cello troostende lijnen door diens melodie vlecht. Hierna lijkt de muziek langzaam tot stilstand te komen. De pas wordt trager, de zanglijnen berustender en ook het orkest lijkt zich stilletjes terug te trekken als Paulus zijn lot aanvaardt en daarmee een ereplaats in de hemel verwerft.

In de finale pakt Mendelssohn nog één keer groots uit, met zwierige en energiek door elkaar geweven partijen van koor en orkest, die samen een jubelende lofzang op de Heer uitbrengen Dit slotkoor lijkt in niets op het ingetogen ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’ waarmee Bach ruim honderd jaar eerder zijn Matthäus besloot…

Mijn voorbeschouwing met plezier gelezen? Een donatie, hoe klein ook, is welkom. Dat kan via PayPal, of overboeking naar mijn bankrekening: T. Derks, Amsterdam, NL82 INGB 0004 2616 94. Mijn dank is groot!

Auteur: Thea Derks

Thea Derks is muziekpublicist, gespecialiseerd in moderne muziek. In 1996 voltooide zij cum laude haar studie muziekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. In 2014 publiceerde zij de veeleprezen biografie Reinbert de Leeuw: mens of melodie (in 2020 voor de derde druk aangevuld met 2 extra hoofdstukken). In 2018 verscheen 'Een os op het dak: moderne muziek na 1900 in vogelvlucht', volgens veleen een 'must-have voor elke muziekliefhebber'.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s