Wilma Pistorius: ‘‘Mijn creatieve proces komt op gang vanuit iets betekenisvols maar ongrijpbaars’

Op haar derde werd Wilma Pistorius onherroepelijk aangetrokken tot een celliste die op straat speelde, vanaf haar vierde kreeg ze celloles. Ze leerde niet alleen het instrument bespelen maar bedacht ook eigen deuntjes en in haar tienerjaren ging ze serieus componeren. Haar achtdelige cyclus Crossroads vormt het hart van de gelijknamige debuut-cd van het ensemble Ugly Pug. Ik sprak haar voor het blog NewMusicNow van Dutch Composers Now.

Zoals dat gaat met mooie verhalen ligt de waarheid vaak net iets genuanceerder. ‘Ik kan me echt niet herinneren wat ik op mijn derde zo onweerstaanbaar vond aan die cello’, bekent Wilma Pistorius (1991, Belville Zuid-Afrika). ‘We woonden destijds nog in Zuid-Afrika en ik was met mijn ouders in Bath, Engeland. Toen ik die straatmuzikante hoorde, riep ik uit “Mamma, dat wil ik ook!” en mijn moeder zei dat het mocht wanneer ik vier was. Die belofte onthield ik en het jaar daarop vroeg ik vlak voor mijn vierde verjaardag of ze al een cello voor me had gekocht.’

Het instrument is onlosmakelijk met haar leven en werk verbonden: ‘Zo lang ik me kan herinneren is cellospelen iets wat ik altijd heb gewild – en gedaan. Het heeft me iets gegeven dat echt van mij is, de relatie die ik via de cello met mezelf en mijn creativiteit aanga is heel waardevol. Dat is in de loop der jaren natuurlijk wel geëvolueerd, maar het is nog altijd van existentieel belang.’

Als kind bedacht ze ook al eigen deuntjes en schreef ze bestaande muziek uit op gehoor. ‘Maar echt componeren – in de zin van muzikaal materiaal bedenken en ontwikkelen met aandacht voor overbruggende concepten en onderliggend structuur – doe ik ongeveer vanaf mijn tienerjaren. Daarvoor wist ik eigenlijk niet dat componeren een vak zou kunnen zijn, het leek me eerder iets wat je “overkwam”.’

Op haar dertiende verhuisde Pistorius met haar ouders naar Nederland. ‘Mijn vader kreeg hier de kans om zijn doctoraat te behalen (in prenatale echografie). Dat kwam voor mij goed uit, want in Nederland waren er veel meer mogelijkheden om je als kunstenaar te ontwikkelen dan in Zuid Afrika!’ Ze ging linea recta naar de Academie Muzikaal Talent in Utrecht, waar ze celloles kreeg van Lenian Benjamins.

‘Dat was tussen mijn 13e en 18e’, herinnert Pistorius zich. ‘Lenian heeft een wereld voor me geopend. Ze leerde me met minder spanning te spelen, natuurlijkere bewegingen te maken en een beter gebruik te maken van gewicht en zwaartekracht. Ze vertelde me over de Alexandertechniek, waarvoor ik sinds 2017 zelf docent in opleiding ben. Dit heeft me veel speelgemak en lichtheid gebracht in het bewegen en het cellospelen, maar ook in mijn creatieve proces en in het zijn.

Twee werelden komen samen

Op haar negentiende schreef ze zich in aan het Conservatorium van Rotterdam, voor een studie bij Jeroen den Herder. ‘Ook van Jeroen heb ik veel geleerd. Bij hem werd ik echt “volwassen” als cellist en vond ik mijn eigen stem, mede dankzij zijn vertrouwen en de manier waarop hij mij als gelijke behandelde. Bovendien is hij erg thuis in de wereld van de nieuwe muziek. Zo kreeg ik de kans mij ook daarin te verdiepen en twee van mijn werelden – de cello en het componeren – bij elkaar te brengen.’

In dezelfde periode studeerde ze compositie aan het Conservatorium van Amsterdam, bij Wim Henderickx en Jorrit Tamminga. ‘Wat ik van mijn verschillende leraren heb meegekregen, is lastig precies te zeggen. Door de jaren heen zijn hun lessen en adviezen één geheel gaan vormen, waarin de verschillende draadjes niet meer zo duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn. Het belangrijkste dat ik van hen leerde was niet zozeer iets specifieks maar hun algehele aanpak. Daarin zijn ze alle drie voor mij nog steeds enorm inspirerend.’

Toch springen er wel enkele dingen uit. ‘Het eerste wat in me opkomt als ik denk aan mijn studietijd bij Jeroen is dat hij me zelfvertrouwen heeft gegeven als cellist. Van Jorrit heb ik geleerd dat muziek ook “vet” mag zijn en dat ik ook inspiratie mag halen uit andere stijlen. Mijn muzieksmaak is heel breed, maar ik meende lange tijd dat alleen Klassieke Muziek (met hoofdletters) “telde”, en dat de rest gold als guilty pleasures. Dankzij Jorrit durfde ik mijn brede smaak meer te integreren in mijn werk, wat uiteindelijk juist zorgt voor meer inspiratie!’

Serieus met een knipoog

‘En Wim… Wim is heel esthetisch ingesteld. Hij begrijpt de manier waarop klankkleur me aanspreekt, en hoe ik het ontastbare probeer te grijpen. Doordat hij deze non-verbale aspecten van mijn creatieve proces begreep, leerde ik ze ook zelf beschouwen als waardevol. Daarbij bevestigde zijn eigen werk voor mij dat ik als componist de stilte en de schoonheid kan en mag opzoeken.’

In haar biografie schrijft Pistorius dat haar muziek ‘serieus maar met een knipoog’ is. Hoe moeten we dat begrijpen? ‘In essentie ontspruit mijn muziek aan de interactie tussen hoe ik mezelf en de wereld om mij heen ervaar. Het creatieve proces komt altijd op gang vanuit iets betekenisvols: iets ongrijpbaars dat ik niet in woorden kan uitdrukken. – Daarom schrijf ik juist muziek! In de manier waarop ik deze ontastbare, zintuiglijke en innerlijke ervaringen naar noten en klanken vertaal kan ik niet anders dan oprecht zijn. Vandaar “serieus”.’

‘Maar “serieus” hoeft niet noodzakelijkerwijs ook “zwaar” te zijn. Lichtheid, humor en speelsheid zijn van essentieel belang, omdat deze onlosmakelijk verbonden zijn met hoe ik de wereld ervaar. Zij dragen bij aan de betekenis van bijvoorbeeld een thema of een muziekstuk, ze maken het menselijk. Wanneer iets uitsluitend serieus is, raakt het wat mij betreft een deel van zijn betekenis kwijt. Door het te relativeren met lichtheid, vind ik een opening om het mij eigen te maken. Vandaar de knipoog.’

Mysterieuze vrouwelijkheid

Opvallend op haar website is ook de zinsnede dat haar muziek een ‘mysterieuze vrouwelijkheid’ zou hebben. Dat lijkt in deze (post)feministische tijden haast vloeken in de kerk. Wat bedoelt ze hiermee? ‘Zoals ik eerder al zei ontstaat mijn muziek vanuit een innerlijke reactie op de wereld om me heen. Bijvoorbeeld het gevoel van zachtheid en belofte die een mooie zonsondergang in me oproept; een belangrijk deel van de “interactie” komt door wie ik ben en welk innerlijke beeld ik heb van mezelf.’

‘Er zijn veel verschillende aspecten van het zelf: “De mens is een ui die uit honderd rokken bestaat, een weefsel dat uit vele draden is samengesteld”, schrijft Herman Hesse in Der Steppenwolf. Je ervaart die verschillende aspecten grotendeels onderbewust, op een manier die buiten je “gezichtsveld” valt. Het gaat meer op de manier waarop je kijkt dan wat je ziet: een soort lenzen die je ervaring van de wereld om je heen kleuren. – Zo ben je anders wanneer je tuiniert, in je eentje muziek speelt, of voor vrienden kookt. Vaak ervaren we verschillende “aspecten” tegelijkertijd en meestal denken we er helemaal niet over na.’

Sommige draden van mijn zelf zijn nauwer met mijn creativiteit verbonden dan anderen, maar voor mij is het gevoel van vrouwelijkheid een onlosmakelijk onderdeel van mijn creatieve proces. Zij is er altijd en kleurt de manier waarop ik creëer, denk, reageer en voel. Soms is het een bewuste keuze of een “tool”, soms is het onbewust en zie ik het pas achteraf.’

‘En “mysterieus”… Wanneer ik muziek schrijf, komt er nog iets anders om de hoek kijken, iets dat de taal weerstaat; een gevoel van diepe betekenis. Iets magisch dat je net niet helder kunt zien of begrijpen; iets onbekends en spannends dat om de hoek ligt, en waar je net niet bij kan… Anderen hebben me wel verteld dat ze soms zoiets ervaren wanneer ze mijn muziek horen. Dus ik weet dat ik op het goede spoor ben, maar het is lastig te verklaren, het blijft tamelijk ongrijpbaar.’

Nieuwe muziek op oude instrumenten

In 2018 vroeg Ugly Pug haar een stuk te schrijven. Het ensemble bestaat uit een ongebruikelijke combinatie van instrumenten. Juho Myllylä speelt blokfluit en elektrisch gitaar en bedient live elektronica; Miron Andres speelt vedels, viola da gamba en vihuela en Wesley Shen zit achter een klavecimbel. ‘Toen ze me die opdracht gaven dacht ik onmiddellijk aan contrasten en gelaagdheid!’, zegt Pistorius.

‘Historische instrumenten hebben een zekere subtiliteit van expressie, veel kleurnuances, maar ook iets puurs en directs. Dat past goed bij mijn muziek. De gamba/vihuela, klavecimbel, blokfluiten, en elektrische gitaar vullen elkaar goed aan: ze kunnen met elkaar contrasteren, maar ook prachtig mengen. Zo kan ik contrasten benadrukken maar ook de klanken met elkaar laten versmelten, waardoor niet altijd duidelijk is wie wat speelt. Dit leent zich uitstekend voor mijn gelaagde manier van schrijven en voor een spel met verschillende klankkleuren.’

De acht delen zijn heel verschillend van toon en dragen alle een beeldende titel. ‘Dat komt voort uit mijn eerste uitgangspunt: omdat het trio nieuwe muziek speelt op oude instrumenten leek het me interessant Crossroads te bouwen op contrasten. Elk deel gaat uit van een contrast tussen twee dingen die weliswaar van elkaar verschillen, maar niet tegenovergesteld zijn. Ik vind het veel interessanter hoe dingen elkaar beïnvloeden die “schuin” in plaats van haaks op elkaar staan.’

‘De titels slaan op de verschillende beelden of ideeën die het uitgangspunt vormen van een deel. Ik werk met de frictie die hiertussen ontstaat: het spanningsveld op zich en wat eruit voort kan komen. Soms vergroten ze elkaar uit, op andere momenten overlappen ze of ontstaat er iets nieuws. Tussen dag en nacht ligt bijvoorbeeld de schemering. Die is oranje, rose, paars of geel, terwijl de dag blauw/wit is en de nacht zwart/grijs.’

‘Sommige contrasten drongen zich vanzelf op omdat er nieuwe muziek gespeeld wordt op historische instrumenten. Ik heb af en toe vleugjes Barok-achtige gebaren en cadensen ingezet, als een respectvolle “flirt” met deze oude stijl. In Crossroads heb ik me bovendien laten inspireren door meer populaire muziek, zoals van David Bowie en rock. Maar ik refereer ook aan Indiase Ragas. Crossroads was het eerste stuk waarbij ik de ruimte had om de hele breedte van mijn muzieksmaak door te laten schemeren.’

Op de cd worden de acht delen doorsneden met composities van anderen. Vanwaar die keuze? ‘Het trio vroeg mij om een stuk met een flexibele tijdsduur, die aan te passen is aan verschillende programma’s en ook als “paraplu” kan worden gebruikt om een concert tot één geheel te smeden. Ik besloot nog een stapje verder te gaan en de spelers “toestemming” te geven de delen ook in een andere volgorde te spelen, zodat telkens andere contrasten ontstaan. – De enige must is dat deel IV. Playful/Comfortably Dark altijd een centrale rol moet innemen, het is het “centerpiece”.

Hoe zou ze haar compositie in één zin omschrijven voor een niet-ingewijd publiek?  ‘Crossroads is een reis door een vrij donkere geluidswereld met verschillende karakters, stemmingen en kleuren die met elkaar overlappen, mengen, en contrasteren.’

De cd Crossroads wordt uitgegeven door het label Et’cetera

Auteur: Thea Derks

Thea Derks is muziekpublicist, gespecialiseerd in moderne muziek. In 1996 voltooide zij cum laude haar studie muziekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. In 2014 publiceerde zij de veeleprezen biografie Reinbert de Leeuw: mens of melodie (in 2020 voor de derde druk aangevuld met 2 extra hoofdstukken). In 2018 verscheen 'Een os op het dak: moderne muziek na 1900 in vogelvlucht', volgens velen een 'must-have voor elke muziekliefhebber'.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s