Hawar Tawfiq: ‘Alexander Hrisanide opende mijn ogen voor de schoonheid van het leven’

Waar voor velen de corona-lockdown een gedwongen stop in werkzaamheden betekende, had violist/componist Hawar Tawfiq (1982) het drukker dan ooit. Sinds april 2020 werkte hij onafgebroken aan vier stukken, waarvan het eerder uitgestelde Babylon aan de IJssel op 13 november zijn wereldpremière beleeft in November Music.

Op 4 november klinkt de eerste uitvoering van zijn voor de opening van dit festival gecomponeerde Requiem des fleurs et des nuages in Muziekgebouw aan ’t IJ; op 2 december vormt Exigeant voor klavecimbel het verplichte werk voor de jaarlijkse Prix Annelie de Man en op 23 december speelt het Koninklijk Concertgebouworkest zijn gloednieuwe orkestwerk M.C. Escher’s Imagination.

Tawfiq kwam in 1998 vanuit Irak naar ons land, waar hij vijftien jaar later de Nederlandse nationaliteit verkreeg. Hij studeerde viool bij Alexander Kerr, concertmeester van het Koninklijk Concertgebouworkest en volgde masterclasses bij Herman Krebbers. Compositieonderricht kreeg hij van Alexander Hrisanide en Roderik de Man. Ik vroeg hem naar zijn achtergrond en ontwikkeling.

KLASSIEKE MUZIEK HIP IN BAGDAD

Hawar Tawfiq groeide op in Suleimaniya, een stad in het noordoosten van de Koerdische Autonome Regio van Irak. Hoewel hij op zijn negende viool ging spelen, komt hij niet uit een muzikale familie, zegt hij: ‘Mijn jongste zus zong weliswaar graag, maar dat vertaalde zich niet naar een studie muziek. Het is enkel te danken aan mijn (oudere) broer Salar dat ik een liefde ontwikkelde voor klassieke muziek.’

Hawar + Salar in Suleimaniya, 1985

Dat dit niet Arabische of Koerdische, maar westerse klassieke muziek betrof is voor hem minder opmerkelijk dan het voor ons moge lijken. ‘Mijn broer is kunstschilder en studeerde midden jaren ’80 in Bagdad, destijds voor jongeren the place to be. De jeugd was heel westers georiënteerd. – Russische literatuur, klassieke muziek, alles wat uit Europa en Amerika kwam gold als hip. Ze zochten naar opnames van westerse klassieke muziek, die ze actief beluisterden. Mijn broer bracht cassettebandjes mee naar huis uit Bagdad, bijvoorbeeld met symfonieën van Beethoven.’

‘Ik was nog maar vier of vijf jaar oud en luisterde verrukt naar die bandje via de koptelefoon. Althans, dat vertelde mijn broer me, ik heb daar geen herinnering meer aan.’ Dat hij op zijn negende viool ging spelen, komt in wezen door de Eerste Golfoorlog en de daarop volgende Koerdische Revolutie in 1990-91: ‘We moesten noodgedwongen veel tijd doorbrengen in onze kelder en als 9-jarig kind verveelde ik me dood.’

‘Ik ging op zoek naar iets om mee te spelen en vond ergens in een hoek van de kelder een doos met cassettes.’ Opnieuw ging hij luisteren via een koptelefoon, maar dit keer bewust. ‘Op de meeste bandjes stonden Koerdische liedjes, die legde ik opzij. Opeens trok één bandje mijn aandacht – niet eens omdat ik het zo mooi vond, maar omdat het zo anders klonk! Ik draaide het telkens weer, zonder te weten wat het was, er stond geen titel op. Mijn broer noemde het “klassieke muziek” en ik ging het steeds mooier vinden. Pas veel later ontdekte ik dat het de Tweede Suite van Bach voor fluit en strijkers was.’

Suleimaniya

KLASSIEKE MUZIEK SYMBOLISEERT VEILIGHEID

Gegrepen door Bachs vernuftige polyfone stemmenweefsel ging hij op zoek naar cassettes met vergelijkbare muziek. ‘Ik wist niet wat “klassieke muziek” nou eigenlijk was. Maar omdat mijn broer vertelde dat mensen in Europa en Amerika hier dagelijks naar luisterden meende ik dat het hun volksmuziek was. Ik dacht: mensen doen boodschappen en andere dagelijkse dingen en daarna gaan ze luisteren naar die muziek. Zo ging ik klassieke muziek ook met veiligheid associëren.’

Veilig was zijn eigen omgeving immers allerminst, want hoewel verzwakt door zijn nederlaag in de Golfoorlog, keerde dictator Sadam Hoessein na afloop toch weer terug. ‘Vanwege de repressie van de Koerden woonden we een jaar in Iran, tot we dankzij een generaal pardon terug konden naar Suleimaniya. Toen de situatie stabiliseerde, opperde ik dat ik klassieke muziek wilde studeren. Ik koos voor piano, maar mijn broer had in Bagdad veel Russische orkesten gehoord en vond dat ik eerst maar eens moest luisteren naar een viool, de ‘koning der instrumenten’.

Hij sprak bovendien over muzikale begrippen als vibrato, crescendo en decrescendo, die op een viool wél en op een piano niet mogelijk zouden zijn. Samen gingen we naar de school van Alan Arif, waar ik mijn twijfel tussen piano en viool benoemde. Het was een particulier instituut en de keuze was uiteindelijk snel gemaakt: omdat we thuis geen vleugel hadden zou ik weinig kunnen studeren, dus werd het de viool.’

Familie Tawfiq 2016: 1e rij: Salar + Hawar; 2e: Payman, Kwestan + moeder Mahjamin Xwakaram

TELEFOONDRAAD ALS VIOOLSNAAR

Dat bleek een gouden greep: ‘Ik had geen interesse in volksmuziek of Koerdische traditionele muziek en Alan Arif had een grondige kennis van de klassieke westerse canon. Hij had in Bagdad gestudeerd bij Russische pedagogen en was de beste viooldocent in de stad; tegenwoordig woont hij in Duitsland. Ik heb zes jaar bij hem gestudeerd, maar toen ik me in Nederland inschreef aan het conservatorium, moest ik helemaal opnieuw beginnen.’

‘Dat kwam doordat in Suleimaniya geen geleidelijk opbouwende lesmethode was, en bovendien hadden we geen goede instrumenten. Ik herinner me dat ik op een gegeven moment de telefoondraad gebruikte als E-snaar. Anderzijds waren theoretische vakken als  solfège en harmonieleer in Suleimaniya juist uitstekend. – De eerste twee jaren op het Conservatorium van Tilburg waren voor mij een eitje!’

TOEVALSTREFFER

Hoe hij op het Conservatorium terechtkwam? ‘Oef, dat is een lang verhaal’, verzucht hij. ‘Zo kort mogelijk samengevat: ik kwam op 20 oktober 1998 aan in Nijmegen en werd twee dagen later naar een opvangcentrum in Oisterwijk gebracht, samen met zes andere minderjarige asielzoekers. Aan de baliemedewerkster vroeg ik of er een bibliotheek was – ik wilde zo snel mogelijk Nederlands leren.’

‘Dat vond ze zo bijzonder dat ze me de volgende dag een woordenlijst en een bandje met de uitspraken gaf, die ik direct uit mijn hoofd ging leren. Na een maand kwam ik in de klas voor Nederlandse les van Mieke van der Loop, die verbaasd was over mijn kennis van de taal. Ze vroeg wat ik in mijn vaderland gedaan had. Toen ik vertelde over mijn vioolspel bleek ze zelf piano te spelen en haar collega Marieke Willekens viool. Marieke bracht meteen de volgende dag haar instrument mee.’

‘Ik speelde een stukje voor, de dames vonden mij talentvol en nodigden me hierna geregeld thuis uit om te eten en samen te spelen. We werden vrienden voor het leven. Marieke heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat ik niet werd weggestopt in een asielzoekerscentrum, maar bij haar thuis een kamer kon huren. Dankzij haar ook deed ik in augustus 1999 toelatingsexamen voor het Conservatorium van Tilburg, waar ik werd toegelaten tot de voorbereidende klas.’

GEBREKKIGE VIOOLTECHNIEK

Tawfiq studeerde als een bezetene, niet alleen om zijn gebrekkige viooltechniek te verbeteren, maar ook om zijn staatsexamen te halen en zijn Nederlands te verbeteren. Zijn viooldocent Annemieke Corstens coachte hem met veel geduld en tact. ‘Ik moest weliswaar veel dingen helemaal opnieuw aanleren, maar ze bejegende me altijd vriendelijk en rustig. Totaal anders dan de verhouding docent-student die ik in Irak gewend was.’

Hij studeerde ook een jaar bij Alexander Kerr, concertmeester van het Koninklijk Concertgebouworkest. ‘Hij was geweldig! Kon werkelijk alles spelen, gaf zeer goed les en speelde zó mooi dat je er vanzelf warm en gemotiveerd van werd.’

Ook aan Hagai Shaham koestert hij warme herinneringen: ‘In 2003 gaf hij een masterclass in Tilburg; ik was zijn laatste student die namiddag. Ik kwam het podium op, zag hem staan en er veranderde iets in mij! Ik speelde het eerste deel uit het Vioolconcert van Chatsjatoerjan. Het ging heel goed en na afloop zei hij tegen het publiek: “Ik heb werkelijk niks tot zeer weinig te zeggen tegen deze jongeman!” Hij gaf me natuurlijk toch nog een paar tips, bijvoorbeeld hoe ik de dubbelgrepen aan het eind kon verbeteren.’

Zijn masterclasses bij Herman Krebbers waren helemaal magisch, zegt hij: ‘Als je alleen maar naast hem stond speelde je al beter! Hij kon je op een manier laten musiceren waarvan je niet wist dat je die in je had. Hij leerde me dat iedere noot, iedere klank, iedere muzikale zin verbonden moet zijn met een diepe innerlijke expressie en muzikaliteit. In een les van 15 minuten ging ik 70 keer beter spelen, dat kun je zien op YouTube.

COMPONEREN

Hoewel hij als vioolsolist optrad met gerenommeerde ensembles en orkesten, kennen we hem tegenwoordig vooral als componist. Door de vele compositieopdrachten schiet het vioolspelen er tegenwoordig wel wat bij in, erkent hij. ‘Wel speel ik af en toe strijkkwartetten met vrienden. En tijdens het componeren heb ik permanent mijn viool onder handbereik, om snel een strijkersinzet te checken.’

‘Maar belangrijker: de vioolstudie heeft mijn denken over compositie enorm verrijkt. Ik begrijp hoe een instrumentalist zich voelt als hij/zij voor het eerst mijn muziek op de lessnaar krijgt. En als ik werk aan een stuk, bijvoorbeeld voor orkest, dan speel ik in mijn verbeelding alle instrumenten zelf, van fluit, hobo tot slagwerk aan toe. Die omarming is vele malen groter en daarom geeft zij mij veel meer voldoening.’  

‘Componeren was eigenlijk nooit bij me opgekomen’, vervolgt Tawfiq. ‘Dat ontstond in wezen ook toevallig, in 1999. Toen Mieke van der Loop jarig was, wilde ik haar iets heel persoonlijks geven. Ik besloot een stuk voor haar te schrijven en maakte een variatie op Happy Birthday. Daarop kreeg ik veel positieve reacties en het was me zo makkelijk afgegaan dat ik dacht: ik ga nóg iets componeren, Rhapsody for piano. Dat droeg ik op aan mijn viooldocent Annemieke Corstens, omdat ik zo onder de indruk van haar was. Dat staat trouwens ook op YouTube, met afbeeldingen van schilderijen van mijn broer Salar.’

‘Annemieke gaf de bladmuziek aan de pianodocent van het Conservatorium en zo kwam ik na enige tijd terecht bij Alexander Hrisanide. Toen ik hem mijn stuk voorlegde, kraakte hij het snoeihard af: hij vond het voorspelbaar, eenvormig en saai, omdat het tonaal was. Ik had geen flauw idee wat dat betekende, waarop hij me het verschil uitlegde tussen tonaliteit en atonaliteit. Hij zei dat als je stuk op het eerste gehoor meezingbaar is, je niet diep genoeg bent gegaan. Ik was verbolgen. Maar toen kort daarna mijn Rhapsody voor publiek werd uitgevoerd, begon een man voor me na een paar maten mee te zingen. Daarop ben ik teruggegaan naar Alexander en ben compositie bij hem gaan studeren.’

ALEXANDER HRISANIDE: VADERFIGUUR

Tawfiq mag zich bij zijn eerste kennismaking met Alexander Hrisanide dan ‘uitgewrongen’ hebben gevoeld, tegenwoordig kent zijn enthousiasme voor zijn leermeester nauwelijks grenzen. ‘Op muziekgebied heb ik te veel van hem geleerd om op te noemen. Zijn belangrijkste les was dat je als klassiek hedendaagse componist je publiek altijd iets moet voorschotelen wat ze nog niet kenden. Daartoe moet je jouw persoonlijke klankwereld ontwikkelen en deze voortdurend blijven verbeteren. Voorspelbaarheid is uit den boze, tenzij je lichte muziek of commerciële muziek wilt schrijven.’

‘Hij was lief als je hem sprak, maar ontzettend streng in zijn compositieonderricht! Al vanaf les één heeft hij nooit rekening gehouden met mijn onervarenheid en jonge leeftijd, hij gaf me altijd de volle laag.’ Dat lijkt voort te komen uit een sterk vertrouwen in het kunnen van zijn pupil: ‘Soms duurden zijn lessen wel 3 dagen, dan mocht ik bij hem logeren. We beluisterden en analyseerden talloze werken, door de hele geschiedenis heen. Vooral veel Bach, maar hij was ook gek op de Variaties van Beethoven en de Sonates van Mozart.’

‘Hij beheerste vele talen en kon ongekend geconcentreerd spreken over verhoudingen en structuur. Ik vind het mooi hoe hij steeds verbindingen zocht tussen wat hij in de les had behandeld en wat we buiten het leslokaal zagen. Zo had hij een bijzondere kijk op architectuur. Hij wees bijvoorbeeld op twee naast elkaar staande gebouwen en vroeg me te beschrijven wat er mooi of lelijk was in hun verhoudingen. Of hij merkte op dat de straten rondom zo donker waren omdat men vergeten was rekening te houden met de lichtval.’

‘Alexander verbaasde me ook met zijn enorme algemene kennis, hij was net een wandelende encyclopedie. Zo leerde ik van hem waarom de Koerden geen land hebben en welke fouten zij gemaakt hadden. Daar wist ik als Koerd niks van! Hij vertelde me over de grote invloed die filosofen als Plato en Socrates hebben gehad op de vorming van Europa. Maar ook de Bijbel, de Franse Revolutie, en ga maar door.’

Alexander Hrisanide + Hawar Tawfiq, St. Bavo, Haarlem, 2004

Gaandeweg groeide Hrisanide uit tot een vaderfiguur: ‘Tussen de regels was hij mij ook aan het opvoeden. In 15 jaar in Irak had ik 4 oorlogen meegemaakt, veel wreedheid en zuurheid ervaren. Maar de klap van de Nederlandse Staat was nog harder en pijnlijker, omdat ik hier niet op voorbereid was. Alexander hielp me toen mezelf niet kwijt te raken. Net als vele anderen gaf hij me een gevoel van veiligheid, verwelkoming, zelfvertrouwen, eigenwaardigheid.’

Hawar Tawfiq doelt hier op de kille manier waarop de IND hem in 2003, na vijf jaar procederen, weigerde een verblijfsvergunning te geven. Na een flinke lobby van zijn vrienden, docenten en andere prominenten uit het muziekleven kreeg hij alsnog toestemming zijn studie aan het conservatorium te voltooien. Maar zelfs nadat hij in 2008 zijn master viool en drie jaar later zijn master compositie had afgerond – met de hoogst mogelijke onderscheiding ­– wilde men hem alsnog afschuiven. Pas in 2013 krijgt hij eindelijk de felbegeerde Nederlandse nationaliteit.

KOERDISCHE WORTELS

Deze lange en moeilijke weg komt tot uitdrukking in Babylon aan de IJssel, dat hij componeerde voor het 30-jarig jubileum van het Hexagon Ensemble. Hierin verknoopt librettist Marcel Roijaards het aloude Gilgamesj epos met het lot van asielzoekers. Een medewerkster van de IND moet beslissen of ze een jonge Irakees een verblijfsvergunning verleent. Zij stelt zich al even hardvochtig op als de ambtenaren die moesten beslissen over het lot van Tawfiq zelf.

In deze voorstelling plaatst Tawfiq naast de vijf blazers en pianist van het Hexagon Ensemble ook achttien Koerdische en twee Iraanse musici. Dit lijkt paradoxaal, gezien zijn eerdere desinteresse voor de traditionele muziek van zijn vaderland. Tawfiq lacht: ‘Toen ik klassieke muziek wilde gaan studeren was mijn moeder daar erg op tegen, maar ik was puber en wilde het per se.

‘Mijn broer was me in zekere zin voorgegaan, want toen hij kunstschilder wilde worden, had mijn moeder zich daar ook erg tegen verzet. Cum laude voltooide hij daarop een studie techniek. Hij gaf zijn diploma aan mijn moeder: Dit is voor jou, nu ga ik doen wat ik wil! Hij steunde me toen ik muziek wilde gaan studeren.’

‘Uiteindelijk zwichtte mijn moeder, maar ze stond erop dat ik dan ook Koerdische liederen moest kunnen voorspelen aan ons bezoek. – Of moet ik zeggen dat je Mozart gaat spelen en Beethoven, die boze mijnheer? (Ik had een foto van Beethoven op mijn kamer.) Van de weeromstuit besloot ik dat alle Koerdische muziek stom was en weigerde me daar in te verdiepen.’

‘Toen ik eenmaal in Nederland was sprak ik mijn moeder slechts af en toe, via een slechte telefoonverbinding. Op een dag zei ze dat ze me zo erg miste dat ze mijn kamer was binnengegaan, een cassettebandje had gepakt en dat had beluisterd.’

‘Ze vond het ontzettend mooi, bekende ze: Wat spijtig dat wij mensen er zo lang over doen om schoonheid te herkennen, kun je me vergeven? Het was een super emotioneel gesprek, voor ons allebei. Daarna realiseerde ik me dat ik al net zo verstokt had gereageerd op de Koerdische muziek en ging op zoek naar opnames. Ik wijdde mijn masterscriptie aan hoe ik de afwijkende toonladders en intervallen van oosterse muziek zou kunnen integreren in mijn eigen werk. Als sluitstuk schreef ik Dedication, voor een combinatie van westerse en oosterse instrumenten en elektronica. Ook dat staat op YouTube.

POËZIE

‘Overigens heb ik me wel van meet af aan laten inspireren door de Koerdische literatuur, met name door gedichten. In Koerdistan krijg je poëzie met de paplepel ingegeven, het is een vanzelfsprekend onderdeel van je opvoeding, zowel thuis als op school. Wat dat betreft is de Koerdische cultuur rijker dan de Nederlandse. Ik heb niet de indruk dat jongeren hier veel gedichten lezen, of hun vaderlandse cultuur koesteren.’

Zijn liefde voor poëzie komt ook tot uitdrukking in zijn Bosch Requiem voor bariton en orkest. ‘De meeste Requiems zijn zwaarmoedig en benaderen de dood vanuit een religieuze hoek. Maar dan benadruk je de treurnis van de nabestaanden, bovendien claimen religies vaak het definitieve antwoord te hebben op existentiële vragen. Ik wilde een meer universeel menselijke invalshoek en heb daarom vier gedichten gekozen uit verschillende culturen. Van Bachtyar Ali, Hans Andreus en Anton van Wilderode. Deze zijn, afgezien van het laatste, vertaald in het Russisch, Frans en Italiaans.’

‘Mijn stuk is opgedragen aan Alexander Hrisanide. Hij kon opeens midden op straat stoppen en glimlachend foto’s nemen van een bloemetje dat zich een weg naar buiten had gebaand dwars door ijzerdraad en gebroken tegels door. Hij opende mijn ogen voor de schoonheid van het leven. Tijdens zijn laatste levensfase bezocht ik hem geregeld in de zorginstelling waar hij noodgedwongen verbleef. Hij zei vaak dat hij wilde sterven maar elke ochtend toch weer wakker werd.’

‘Bij het weggaan zei ik eens dat ik me zorgen om hem maakte. Hij antwoordde dat hij een mooi leven had gehad, maar zich zorgen maakte om mij. Dat hij zich nog in zijn laatste levensdagen bekommerde om de toekomst van zijn nabestaanden vond ik ontroerend. Daarom heb ik mijn requiem aan hem opgedragen. De titel Requiem des fleurs et des nuages is ontleend aan een vers uit het vijfde deel ‘Dood geeft ons de kans om bloem te zijn, om wolk te zijn, om water te zijn. – In het Frans, zijn lievelingstaal.’

Ik schreef dit artikel in opdracht van Dutch Composers Now.

Goed om te weten:

Op 4 november is er van 16.30-18.00 uur een openbare repetitie van ‘Requiem des fleurs et des nuages’ in Muziekgebouw aan ’t IJ door philharmonie zuidnederland onder leiding van Ed Spanjaard, solist is de bariton Thomas Oliemans. Ter inleiding heb ik een kort gesprek met Hawar Tawfiq.

Voorafgaand aan de wereldpremière diezelfde avond praat ik tussen 19.15-19.45 uur met Tawfiq en Oliemans tijdens de inleiding op Foyerdeck 1.

Portretfoto Hawar tawfiq (c) Evelien Gudden.

Auteur: Thea Derks

Thea Derks is muziekpublicist, gespecialiseerd in moderne muziek. In 1996 voltooide zij cum laude haar studie muziekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. In 2014 publiceerde zij de veeleprezen biografie Reinbert de Leeuw: mens of melodie (in 2020 voor de derde druk aangevuld met 2 extra hoofdstukken). In 2018 verscheen 'Een os op het dak: moderne muziek na 1900 in vogelvlucht', volgens velen een 'must-have voor elke muziekliefhebber'.

Eén gedachte over “Hawar Tawfiq: ‘Alexander Hrisanide opende mijn ogen voor de schoonheid van het leven’”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: