Nooit van gehoord?! Ethel Smyth – succesvol componist, vurig suffragette

Sinds afgelopen mei presenteren de VPRO en NPO Radio 4 de podcast Nooit van Gehoord?! In korte afleveringen van 15 à 18 minuten belichten Rae Milford en Andrea van Pol een onterecht vergeten vrouwelijke componist. Op 6 augustus 2021 was het de beurt aan Ethel Smyth (1858–1944). Voor de website van VPRO/NPORadio4 schreef ik een begeleidend portret.

ETHEL SMYTH: VITAAL EN ONVERSCHROKKEN

’Als ik niet over drie dingen beschikt had die niets met muziek te maken hebben, was ik al vroeg aan eenzaamheid en ontgoocheling te gronde gegaan’, schreef Ethel Smyth op haar zestigste. Die drie dingen waren: ‘Een ijzeren gezondheid, een uitgesproken vechtersmentaliteit en een bescheiden, maar zelfstandig inkomen.’ Velen kennen Smyth vooral als een van de beroemde Engelse suffragettes, die vochten voor het vrouwenkiesrecht en March of the Women als strijdlied adopteerden.

Smyth beschikte over een enorme vitaliteit en leidde een stormachtig leven, waarin ze haar liefde voor dames niet onder stoelen of banken stak. Maar het belangrijkst is dat zij in een tijd waarin vrouwen als componist nauwelijks serieus werden genomen een indrukwekkend oeuvre realiseerde, waarin grootschalige koor– en orkestwerken sterk vertegenwoordigd zijn. Anders dan veel van haar lotgenoten hoefde zij zich niet te beperken tot het componeren van kamermuziek. 

Ethel Smyth: ‘Ik besloot het leven thuis tot zo’n hel te maken dat mijn ouders me wel naar het Conservatorium móesten laten gaan!’

Ze schreef liefst zes opera’s waarvan Der Wald in 1903 werd geënsceneerd door the Metropolitan Opera in New York. – Nog nooit eerder had daar een opera van een vrouw geklonken en het zou tot 2016 duren voor dit opnieuw gebeurde, met de productie L’amour de loin van Kaija Saariaho. Smyths meest succesvolle en bekendste opera The Wreckers lijkt model te hebben gestaan voor de opera Peter Grimes, die Benjamin Britten een jaar na haar dood componeerde.

EEN LEVEN VOOR MUZIEK

Ethel Smyth was een originele geest met een sterke eigen wil, die zich door niets en niemand de wet liet voorschrijven. Zij had haar strijdlust van geen vreemden: ze werd op 22 april 1858 in Londen geboren als dochter van een generaal. Zoals in upper-class kringen gebruikelijk, kreeg ze als kind les van gouvernantes en werd ze daarna naar een internaat gestuurd. Bij de opvoeding hoorde uiteraard ook pianoles, en toen Smyth de pianosonates van Beethoven leerde spelen, besloot ze haar ‘leven aan muziek te wijden’. – Sailliant detail: net als Beethoven zou Smyth al vroeg doof worden.

Toen ze op haar 17e aankondigde dat ze compositie ging studeren, riep haar vader uit dat hij haar ‘nog liever dood en begraven zou zien’. Waarop ze te plekke besloot het ‘leven thuis tot zo’n hel te maken dat mijn ouders me wel moesten laten gaan’, zoals ze optekende in haar hilarische memoires. In 1877 ging ze naar het Conservatorium van Leipzig, waar ze studeerde bij onder anderen Carl Reinecke.

Elisabeth & Heinrich von Herzogenberg (bron Wikipedia)

Kenmerkend voor haar kritische en onafhankelijke geest is dat Smyth al na een jaar de opleiding verliet, ontevreden over het lesklimaat. Ze bleef wel in Leipzig wonen, waar ze zich intensief mengde in het muziekleven.

Ze verkeerde al snel op vriendschappelijke voet met musici als Johannes Brahms, Edvard Grieg, Joseph Joachim, Julius Röntgen en Clara Schumann, die haar compositorische aspiraties stimuleerden. Vanwege haar onverschrokken, vastberaden houding en muzikale intensiteit noemde Brahms haar schertsend ‘de hobo’.

Ze ging op privé basis studeren bij Heinrich von Herzogenberg. Tijdens haar studie bij hem bloeide ze op – en werd smoorverliefd op zijn echtgenote Lisl, de eerste in een reeks van vurig beminde vrouwen. ‘Als ik ooit een wezen op aarde heb aanbeden, was het wel Lisl’, zou ze hier later over zeggen. ‘Ze was aantrekkelijk, intelligent en muzikaal buitengewoon begaafd.’

Elisabeth had korte tijd gestudeerd bij Brahms, voor wiens muziek ook Ethel grote bewondering koesterde. Ze had bovendien groot respect voor Bach, die zij omschreef als ‘het begin en einde van muziek’. Deze liefde klinkt door in haar Prelude en Fuga voor piano solo, die ze in 1880 componeerde.

KRACHTIGE GEBAREN – MELODIEUZE RIJKDOM

Gaandeweg ontwikkelde Ethel Smyth een eigen stijl, geworteld in de romantiek en doorspekt met snufjes Wagner, Debussy en Engelse folklore. In welk genre ze ook componeerde, haar muziek grijpt je altijd meteen bij de lurven met haar krachtige gebaren, overweldigende melodieuze rijkdom en afwisselende, goed gestructureerde opbouw.

Haar muziek werd veelvuldig uitgevoerd door beroemde musici in prestigieuze zalen. Toch duurde het tot 1883 voor zij haar eerste opusnummer publiceerde, het Strijkkwintet in E groot opus 1. Hierin klinkt de invloed door van haar affaire met Elizabeth von Herzogenberg, die een fervent voorvechter was van de muziek van Antonin Dvořák. Smyth had Dvořák weleens zelf ontmoet en in het eerste deel van haar Strijkkwintet herkennen we duidelijk elementen uit de Boheemse volksmuziek.

Het Strijkkwintet beleefde zijn première in het Gewandhaus in Leipzig. ‘Het stuk ontbeert de vrouwelijke charme die je zou verwachten van een vrouwelijk componist’, schreef een criticus. Smyth ergerde zich aan dergelijke vooringenomen oordelen, maar kon die van zich laten afglijden omdat ze niet van haar composities hoefde te leven.

Onafhankelijk en eigengereid als ze was lapte ze ook zonder pardon sociale conventies aan haar laars. Soms joeg ze hiermee zelfs haar beste vrienden tegen zich in het harnas. Toen in 1884 haar relatie met Elisabeth van Herzogenberg was omgebogen tot een innige vriendschap, begon ze doodgemoedereerd een affaire met haar zwager Harry Brewster. Lisl wendde zich geschokt van haar af. Smyth was hierover weliswaar verdrietig, maar gaf Brewster niet op; om de pijn te verzachten kocht ze een hondje, Marco.

GROOTSCHALIGE COMPOSITIES

In dezelfde periode raadde Peter Tsjaikovski haar aan orkestwerken te gaan schrijven. Hij gaf haar wat instrumentatie-adviezen en schreef aan een vriend:
‘Zij is een van de weinige vrouwelijke componisten die er echt toe doen. Ze heeft verschillende interessante werken gecomponeerd. Het beste hiervan is een Vioolsonate, die ik hoorde in een uitstekende uitvoering door de componiste zelf en de violist A Brodsky.’ – Hij doelt hier op Adolph Brodsky, een beroemde Russische violist die enige tijd in Leipzig verbleef. In reactie op Tsjaikovski’s aansporing schreef Smyth in 1889 haar ambitieuze, bijna veertig minuten durende Serenade.

De Serenade beleefde in 1890 zijn wereldpremière in het vermaarde Chrystal Palace in Londen. Het was meteen ook haar eerste compositie die in Engeland werd uitgevoerd. Ze was eerder dat jaar vanuit Leipzig teruggekeerd naar haar geboorteland, waar ze opnieuw verliefd werd op een vrouw, Pauline Trevelyan. ‘Haar extreme zachtmoedigheid en broze schoonheid tooien haar ziel’, schreef ze over haar nieuwe geliefde.

Trevelyan was een devoot katholiek en haar intense toewijding tot dit geloof inspireerde Smyth tot het componeren van een grootse Mis in D voor solisten, koor en orkest. Ze voltooide dit ruim een uur durende werk in een jaar tijd, grotendeels in Cap Martin, in de buurt van Monaco. Hier had haar vriendin Keizerin Eugénie, de weduwe van Napoleon III, een zomervilla. Toen ze haar Mis in 1891 af had, speelde Smyth twee delen voor aan Eugénie en Queen Victoria, tijdens een verblijf op haar koninklijke kasteel Balmoral in Schotland.

In haar memoires doet Smyth hiervan levendig verslag: ‘Het hield in dat ik zowel de koorpartijen als de solo’s zong en de orkesteffecten trompetterde zo goed als ik kon. Bij een bepaald effect in de trommels kwam er zelfs voetenwerk aan te pas en ik stel me voor dat – tenminste wat volume betreft – koor en orkest nauwelijks gemist werden.’

Queen Victoria was zeer onder de indruk en nodigde haar uit een langer uittreksel te komen voorspelen. Haar zoon Alfred, Hertog van Edinburgh regelde vervolgens dat de Royal Choral Society de Mis in première bracht, op 18 januari 1893 in de Royal Albert Hall.

OPERA’S

De première van de Mis in 1893 werd goed ontvangen, op een enkele zure reactie na. ‘Het was grappig te zien hoe een vrouwelijke componist probeerde op te stijgen naar de hogere regionen van de muzikale kunst’, schreef één criticus. George Bernard Shaw bestempelde de Mis als ‘lichte literatuur van de kerkmuziek’. Zulke kritieken streken Smyth steeds meer tegen de haren in en droegen ertoe bij dat ze zich uiteindelijk actief zou gaan inzetten voor het vrouwenkiesrecht.

Smyth had altijd een grote affiniteit gehad met de menselijke stem en na het succes van haar Mis in D begon ze aan de eerste van zes opera’s, Fantasio. Het libretto schreef ze samen met Harry Brewster, haar enige mannelijke minnaar. Na veel leuren werd de opera uiteindelijk in Weimar uitgevoerd. Kort daarna voltooide ze Der Wald, die in 1902 met groot succes werd geënsceneerd door Covent Garden – door Smyth omschreven als ‘the only blazing triumph I ever had’.

Tsjaikovski: ‘Ethel Smyth is een van de weinige vrouwelijke componisten die er echt toe doen. Ze heeft verschillende interessante werken gecomponeerd. Het beste hiervan is een Vioolsonate, die ik hoorde in een uitstekende uitvoering door de componiste zelf en de violist A Brodsky.’

De Amerikaanse première in de New Yorkse MET een jaar later leidde tot twijfelachtige lof in The Telegraph: ‘Deze kleine vrouw schrijft muziek met een mannelijke hand, met een gezond en logisch brein, zoals dit wordt verondersteld kenmerkend te zijn voor het ruigere geslacht. Er is geen zwakke of verwijfde noot in Der Wald, noch een wankelmoedig sentiment.’

Voor haar volgende opera The Wreckers, schreef Harry Brewster opnieuw het libretto, gebaseerd op een legende die Smyth in Cornwall had gehoord. De bewoners van een 18e-eeuws vissersdorp lokken vrachtschepen op de klippen, waarna ze deze plunderen. De geliefden Thirza en Mark rebelleren hiertegen en steken waarschuwingsvuren aan. Ze worden ontdekt en opgesloten in een grot, waar ze door het wassende tij zullen verdrinken.

The Wreckers ging in 1906 in Leipzig in première, in een drastisch ingekorte versie. Toch oordeelde The Times dat  het ‘een van de erg weinige moderne opera’s is die we tot de Grote Kunst moeten rekenen’. In Engeland werd de opera drie jaar later uitgevoerd, maar ondanks het succes en de kracht van de partituur wordt de opera tegenwoordig zelden tot nooit op de planken gebracht. Pogingen mijnerzijds om programmeurs en dirigenten te interesseren liepen steevast op niets uit.

SUFFRAGETTE

Begin 20e eeuw had Smyth een kortstondige affaire met Princesse de Polignac en ging ze haar muziek kruiden met vleugjes Franse flair. In 1910 kreeg ze een eredoctoraat aan de Universiteit van Durham en dat datzelfde jaar werd ze verliefd op Emmeline Pankhurst, leider van de Engelse vrouwenbeweging. Ze besloot zich de komende twee jaar aan de zaak van het vrouwenstemrecht te wijden en werd een van de militante suffragettes. Nadat ze een steen door de ruiten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken had gegooid, werd ze veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf.

In het cachot schreef ze subiet het proteststuk March of the Women voor vrouwenkoor, dat zou uitgroeien tot hét lijflied van de vrouwenbeweging. Toen Sir Thomas Beecham haar in de gevangenis opzocht trof hij een voor Smyth typerend tafereel. De gevangenen marcheerden over de binnenplaats en zongen uit volle borst March of the Women, terwijl Smyth vanuit een raam ‘stralend van verrukking, in bijna bacchische vervoering met een tandenborstel de maat sloeg’.

Hierna componeerde Smyth haar komische opera The Boatswain’s Mate, waarin de levenslustige Mrs. Waters twee vrijers afslaat, omdat ze er het nut niet van inziet haar ‘onafhankelijkheid op te geven voor Mr. Wrong’. – Zelf had Smyth ook altijd geweigerd te trouwen met haar levenslange vriend Harry Brewster, die in 1908 overleden was.

DOOF

Begin twintigste eeuw verloor Smyth langzaam haar gehoor, waardoor het componeren moeizamer werd. Ze ontwikkelde daarom een ander talent: schrijven. In 1919 verscheen een tweedelige autobiografie Impressions that Remained, die vanwege zijn levendige stijl veel succes had en haar een welkom extra inkomen bezorgde.

In 1922 werd ze geridderd, als erkenning van haar grote betekenis voor het Engelse muziekleven. Voortaan ging ze als Dame Ethel Smyth door het leven; vier jaar later ontving ze een eredoctoraat aan Oxford.

Ondanks haar doofheid bleef Ethel Smyth componeren. In 1927 schreef ze haar veelgeprezen Concert voor viool, hoorn en orkest. In 1930 ontstond haar laatste grootschalig werk, de indrukwekkende cantate/vocale symfonie The Prison voor sopraan, bariton, koor en orkest op een metafysische tekst van Brewster.

VERGETELHEID EN VERLATE ERKENNING

Ook in de laatste decennia van haar leven bleef Smyth militant: ze zette zich in voor het recht van vrouwen om in orkesten te spelen en te componeren. Haar muziek werd stevig gepromoot door grootheden als Thomas Beecham en Bruno Walter, die haar omschreef als ‘een componist van grote betekenis’.

Tegen het einde van haar leven raakte de muziek van Ethel Smyth echter enigszins uit de gratie en werd zij minder uitgevoerd. Velen zagen haar als een excentrieke componiste die grappige memoires publiceerde. Anderzijds kreeg ze ook verlate erkenning.

Zo toonde Bernard Shaw zich bij een nieuwe uitvoering enthousiast over haar Mis in D. ‘Beste Dame Ethel, dank dat u me heeft overgehaald om naar die Mis te gaan luisteren. Prachtig! […] Het was uw muziek die mij voor altijd heeft genezen van het oude waanidee dat vrouwen niet het werk van mannen zouden kunnen doen in kunst en andere dingen.’ Shaw bekende zelfs dat hij zonder Smyth nooit zijn toneelstuk Saint Joan had kunnen schrijven.

Na een kort ziekbed overleed ze op 8 mei 1944; ze was 86 jaar oud. Ze was altijd blijven geloven in de kracht van haar muziek. En ze kreeg gelijk: de laatste tijd klinkt de immer sprankelende muziek van Ethel Smyth weer vaker, zoals in de podcast van Milford en Van de Pol, in de concertzalen en op cd.

Auteur: Thea Derks

Thea Derks is muziekpublicist, gespecialiseerd in moderne muziek. In 1996 voltooide zij cum laude haar studie muziekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. In 2014 publiceerde zij de veeleprezen biografie Reinbert de Leeuw: mens of melodie (in 2020 voor de derde druk aangevuld met 2 extra hoofdstukken). In 2018 verscheen 'Een os op het dak: moderne muziek na 1900 in vogelvlucht', volgens velen een 'must-have voor elke muziekliefhebber'.

Eén gedachte over “Nooit van gehoord?! Ethel Smyth – succesvol componist, vurig suffragette”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: