‘Das Lied von der Erde’ Gustav Mahler/Reinbert de Leeuw: onbedoelde zwanenzang

In zijn laatste levensjaren knoopte Reinbert de Leeuw (1938-2020) warme banden aan met Vlaamse ensembles, met name Het Collectief. Op hun verzoek maakte hij in 2019 een (tweede) bewerking van Das Lied von der Erde van Gustav Mahler, die enthousiast onthaald werd door publiek en pers.

Het was zijn wens deze versie op cd te zetten; de registratie werd voltooid vlak voor zijn overlijden op 14 februari 2020. Bijna precies twee jaar later, op 27 februari 2022, eren TivoliVredenburg en Het Collectief De Leeuw zijn nagedachtenis met een uitvoering in de Hertz Zaal, samen met de alt Lucile Richardot en de tenor Yves Saelens.

SCEPSIS JEGENS MAHLER

Waar Reinbert de Leeuw begon als pleitbezorger van het door velen met scepsis bekeken werk van Arnold Schönberg en diens discipelen, moest ook Gustav Mahler in eigen tijd opboksen tegen vooroordelen en publiekelijke afwijzing. Vanaf de première van zijn Eerste Symfonie in 1889 was zijn muziek omstreden. Een klein groepje getrouwen onderkende direct zijn genialiteit, maar velen noemden zijn thema’s banaal en sentimenteel. Bovendien vond men zijn symfonische werken te monumentaal en te lang.

Eind 19e eeuw moest Mahler als jood toch al opboksen tegen het vigerende antisemitisme. Toen de nazi’s in 1933 aan de macht kwamen, werd zijn muziek subiet verboden als een uiting van ‘joods cynisme, vol verwrongen trekken’. Het zou tot de jaren zestig duren voor hij in de Duitstalige wereld weer au sérieux genomen werd.

In Nederland organiseerde Willem Mengelberg al in de jaren twintig van de vorige eeuw een groots Mahler-feest in het Amsterdamse Concertgebouw. Reinbert de Leeuw moest aan het begin van zijn carrière weinig hebben van Mahler en ‘bekeerde’ zich pas later tot diens eerder als romantisch verguisde toontaal. In 1983 maakte hij een bewerking van Die Kindertotenlieder, in 2012 arrangeerde hij Das Lied von der Erde.

NATUURTALENT

Geboren in Bohemen uit eenvoudige joodse ouders, bleek de jonge Gustav Mahler een natuurtalent te zijn. Zijn vader, een ambitieuze en autoritaire brandewijnstoker, schafte een piano aan en al op zijn tiende gaf Gustav zijn eerste openbare concert. Dat bleef niet onopgemerkt: de lokale courant omschreef hem als ‘toekomstige pianovirtuoos’. Op voorspraak van Gustav Schwarz ging hij vervolgens piano en compositie studeren aan het Conservatorium van Wenen.

Hoewel hij in 1878 afstudeerde met een eerste prijs voor compositie, lukte het Mahler niet van het componeren te leven; noodgedwongen gaf hij muziekles. Toen in 1880 zijn cantate Das klagende Lied werd afgewezen voor de Weense Beethovenprijs, besloot hij dirigent te worden. Maar hoewel hij jarenlang verbonden was aan de operahuizen van Praag, Budapest, Hamburg, Wenen en New York, ontbreken in zijn catalogus muziekdramatische werken. Hij componeerde liever symfonieën – opvallend vaak met een vocale component – en liederen voor zangstem en orkest.

In 1906 schreef Mahler zijn grootschalige Achtste symfonie voor orkest, koren en solisten, dat vanwege zijn immense bezetting de bijnaam Sinfonie der Tausend kreeg. Hierin  bejubelt hij het leven, de kracht van het geloof en het vermogen van de mens om boven zichzelf uit te stijgen. Zelf vond Mahler dit werk ‘het meest fantastische dat ik tot  nu toe gemaakt heb’. Hij was zesenveertig en vol levenslust.

Kort na de voltooiing van zijn Achtste sloeg het noodlot echter toe. In 1907 verbrak hij na jarenlange ruzies zijn contract met de Opera van Wenen. Tot overmaat van ramp stierf zijn oudste dochtertje en bleek hijzelf een fatale afwijking te hebben aan een van zijn hartkleppen.

EEUWIG LEVEN OF DOOD

Samen met zijn vrouw Alma en zijn jongste dochtertje trok hij zich terug in Tirol, waar ook zijn geliefde componeerhuisje stond. Alma’s stiefvader gaf hem Die Chinesische Flöte van Hans Bethge mee, waarin deze oude Chinese gedichten parafraseert.

Tijdens lange wandelingen las Mahler de poëzie en uiteindelijk koos hij zeven gedichten voor Das Lied von der Erde, zijn eerste compositie na de Achtste Symfonie. Opvallend is dat beide eindigen met het woord ewig. Maar waar dit in de symfonie symbool staat voor de kracht van het leven, ebt deze in Das Lied langzaam weg, als een hart dat het begeeft.

Mahler paste de gedichten aan zijn muzikale wensen aan. Dat had hij al eerder gedaan in Die Kindertotenlieder en Des Knaben Wunderhorn, maar dit keer was hij nog vrijer en voegde hij zelfs eigen verzen toe. In het slotlied Abschied (oorspronkelijk de naam voor het hele werk) husselt hij twee gedichten van Mong-Kao-Ten en Wang-Wei door elkaar, terwijl hij drie regels gebruikt uit een eigen jeugdgedicht.

Na ‘Die Erde atmet voll von Ruh’ und Schlaf/ Alle Sehnsucht will nun träumen’ voegt hij toe: ‘Die müden Menschen gehn heimwärts/ um im Schlaf vergeß’nes Glück/ und Jugend neu zu lernen!’ Samen vatten zij het thema van de cyclus samen: de mens kijkt met weemoed terug naar zijn verloren jeugd, terwijl de aarde blijft bestaan en de natuur zich steeds vernieuwt.

KAMERMUZIKAAL

Hoewel ook Das Lied von der Erde een zeer grote bezetting heeft, is de aanpak veeleer kamermuzikaal. Het stuk opent met heldhaftig klaroengeschal, maar al snel wordt het weefsel transparanter. De zangers krijgen alle ruimte en de verschillende orkestgroepen wisselen elkaar vernuftig af, waarbij terugkerende drietoons- en pentatonische motieven zorgen voor een oosters aandoende sfeer.

Elk lied heeft zijn eigen karakteristiek. Het eerste, Das Trinklied vom Jammer der Erde (tenor) laveert tussen uitbundige vrolijkheid en diepe weemoed. De centrale zin ‘Dunkel ist das Leben, ist der Tod’ klinkt bij elke herhaling een halve toon hoger. De climax in het laatste couplet, waar de tenor een lachende aap beschrijft, wijst vooruit naar de expressionistische muziek van Schönberg.

Het tweede en vijfde lied zijn tegenvoeters: Der Einsame im Herbst (alt) klinkt bedachtzaam en berustend, het is een klaagzang over het sterven van bloemen en het vergaan van schoonheid. Daar tegenover staat het onbekommerde en onstuimige Der Trunkene im Frühling (tenor), een lofzang op het leven met triomfantelijke juichkreten van het koper.

Het derde en vierde lied zijn het meest idyllisch, vol coloristische effecten als tjilpende vogels en trappelende paardenhoeven. Von der Jugend (tenor) is een innige sfeerschildering van een familietafereel bij een vijver en klinkt met zijn pentatoniek het meest ‘Aziatisch’. Diezelfde ingetogen sfeer ademt Von der Schönheit (alt), waarin jonge meisjes lotusbloemen plukken. Wanneer de jongemannen op hun paarden aan komen draven, wordt de sfeer geagiteerder, met opzwepende ritmiek en schetterend koper.

ABSCHIED

Abschied, het zesde en laatste lied (alt), is bijna even lang als de vorige vijf delen samen. Het bezingt hoe de mens afscheid neemt van de wereld, die zelf altijd weer een nieuwe lente zal ervaren. Hobo en andere houtblazers imiteren het gekwetter van vogels, een mandoline evoceert de bezongen luit en schakelingen tussen majeur en mineur verklanken de wisselende gemoedstoestanden.

Het lied is doortrokken van weemoed, vol geladen lage strijkers, tragisch dalende secundes en (bas)klarinetten die zich roekeloos in de afgrond storten. Aan het slot herhaalt de alt zeven maal het woord ‘ewig’, steeds zachter en zachter. Uiteindelijk blijft haar toon vlak boven de grondtoon zweven, alsof Mahler hiermee protesteert tegen zijn vroegtijdig overlijden.

Het Collectief met Reinbert de Leeuw

Reinbert de Leeuw – die in 1973 ogenschijnlijk een punt zette achter zijn componistencarrière met het grootschalige orkestwerk Abschied – maakte in 2019 opnieuw een bewerking van Das Lied von der Erde. Dat gebeurde op verzoek van het Vlaamse Collectief voor een concert in het Festival de Saintes. ‘Reinbert was ontzettend blij met ons voorstel en heeft zich in de laatste maanden van zijn leven met alle energie die hem restte op dit werk gestort’, zegt de pianist Thomas Dieltjens hierover in de biografie Reinbert de Leeuw: mens of melodie.

De Leeuw liet zich inspireren door de bewerking voor blaaskwintet, strijkkwintet, piano, celesta, harmonium en slagwerk waaraan Arnold Schönberg ooit was begonnen, maar die hij nooit had voltooid. De instrumentatie van De Leeuw bestaat uit fluit, hobo, klarinet, basklarinet, hoorn; strijkkwintet, harp, harmonium, piano en slagwerk. De kritieken waren lovend: ‘Deze reductie behoudt de kracht van het origineel, dankzij het genie van de bewerker’, oordeelde een recensent.

ZWANENZANG

Toen Mahler aan Bruno Walter zijn partituur voorlegde, vroeg hij retorisch: ‘Zullen mensen zich na beluistering geen kogel door het hoofd jagen?’ Inderdaad lijkt de dood onontkoombaar verbonden met Das Lied von der Erde. Reinbert de Leeuw stierf in 2020, vlak na de cd-registratie met Het Collectief. Gustav Mahler overleed zelfs voordat hij ooit zijn stuk kon horen: het ging in november 1911 in première, een half jaar na zijn dood.

Zo bleek Das Lied von der Erde voor zowel componist als bewerker een onbedoelde zwanenzang…

Foto Gustav Mahler: Moritz_Nähr

Auteur: Thea Derks

Thea Derks is muziekpublicist, gespecialiseerd in moderne muziek. In 1996 voltooide zij cum laude haar studie muziekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. In 2014 publiceerde zij de veelgeprezen biografie Reinbert de Leeuw: mens of melodie (in 2020 voor de derde druk aangevuld met 2 extra hoofdstukken). In 2018 verscheen 'Een os op het dak: moderne muziek na 1900 in vogelvlucht', volgens velen een 'must-have voor elke muziekliefhebber'.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: