Componist Julia Wolfe: ‘John Henry symboliseert de strijd van mens versus machine’

In 2016 klonk de Nederlandse première van ‘Steel Hammer’ van Julia Wolfe, een oratorium geïnspireerd op een iconische Amerikaanse volksballade. Hieronder het interview dat ik destijds voerde met deze maatschappelijk geëngageerde componist.

Amsterdam, 11-4-2016

Bang on a Can All-Stars en Trio Medieval presenteren op 20 en 21 april 2016 ‘Steel Hammer’ van Julia Wolfe in De Doelen in Rotterdam en Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam. Het stuk is al op cd verschenen, maar wordt 20 en 21 april uitgevoerd in de Rotterdamse Doelen en Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam. Een unieke kans om dit spetterende stuk live te horen: het werd nog niet eerder in ons land uitgevoerd. Ik sprak erover met Julia Wolfe.

In 2015 won Julia Wolfe (1958) de Pulitzer Prize met haar oratorium Anthracite Fields. In dit aangrijpende stuk over de benarde arbeidsomstandigheden van mijnwerkers, haakt ze aan bij Amerikaanse folkmuziek. Ze componeerde het voor de mede door haar opgerichte Bang on a Can All-Stars, een New Yorks ensemble dat bekend werd met een opzwepende mix van rock, minimal music en hedendaags klassiek.

Ook in haar meeslepende Steel Hammer (2009) zoomt Wolfe in op een typisch Amerikaans fenomeen: de legendarische John Henry. Hij ging eind negentiende eeuw met een stalen hamer de strijd aan met een stoommachine. Hij won, maar stierf kort daarna. De gelijknamige folk ballade over deze Steel driving man heeft in Amerika een iconische status en wordt van oudsher uitgevoerd door zowel blues- folk- country- als rockzangers; de klassieke componist Aron Copland wijdde er in 1940 een orkestwerk aan.

Julia Wolfe treedt met Steel Hammer in diens voetsporen. Ze schreef dit avondvullende werk voor de zes instrumentalisten van de Bang on a Can All-Stars en de drie zangeressen van het Noorse Trio Medieval. Hun kristalheldere, in oude muziek gespecialiseerde stemmen mengen prachtig met de soms gruizige, maar immer energieke klanken van de musici.

Je baseerde Steel Hammer op een folklied uit Appalachia, waarom?

Die oostelijke regio vormt zo’n beetje het hart van de Amerikaanse folklore. Ik hou van de rauwe klank van die muziek en woonde een tijdlang in Ann Arbor, een stad die weliswaar niet in Appalachia ligt, maar waar folkmuziek floreerde. Er kwamen belangrijke folk musici in The Ark, een soort koffiehuis waar ik ook zelf optrad met een theatergroep.

Zo leerde ik de dulcimer te bespelen, maar ook de bones, een houten slagwerkinstrument dat een beetje lijkt op een koeienrib. Hoewel ik gaandeweg geïnteresseerd raakte in avant-garde muziek, bleef ik geworteld in folk. Dat hoor je al een beetje terug in stukken als Four Marys en Cruel Sister, maar in Steel Hammer engageer ik me voor het eerst echt met folkmuziek.

Mountain dulcimer

Hoe kwam je op het idee een stuk te wijden aan John Henry?

Op een gegeven moment ging ik nadenken over mijn leven als componist. Het is fijn als mensen je compositieopdrachten geven, maar dat is altijd een impuls van buitenaf. Ik wilde iets schrijven wat helemaal vanuit mezelf kwam. Het begon met een klankvoorstelling. Het leek mij geweldig het ongepolijste karakter van folk instrumenten te combineren met de line-up van Bang on a Can – elektrische gitaar, drums, percussie, cello, contrabas, piano en klarinet. Bovendien wilde ik zangers.

Ik had al eens een project gedaan met Bang on a Can en Trio Medieval en dat paste perfect. Zij zijn bekend van de oude muziek, maar hebben ook ervaring met nieuwe composities en zingen de meest schrijnende samenklanken loepzuiver. Ook ritmisch zijn ze sterk.

Bovendien hebben ze zich verdiept in de Noorse volksmuziek en kennen ze een hoop vocale technieken, zoals een typische vorm van jodelen. – Die ik overigens nauwelijks heb ingezet, daarmee hoop ik in een nieuw stuk eens aan de slag te gaan. Hun heldere, schelle stemmen zijn ideaal voor het soort stuk dat mij nu voor ogen stond.

Pas nadat ik de bezetting had bedacht ging ik op zoek naar een verhaal. Ik zocht iets bijzonders, wat niemand kende, maar kwam steeds weer uit bij John Henry. Elke Amerikaan kent die volksballade, er zijn meer dan tweehonderd versies van. Die zijn allemaal totaal anders, dat fascineerde me.

De kern blijft wel hetzelfde: John Henry voorziet als baby zijn lot: hij zal een steel-driving man worden, een man die met een stalen moker gaten in de rotsen hakt om treintunnels te bouwen. Zijn voorman komt aanzetten met een stoomhamer, waarmee hij een wedstrijd aangaat: wie slaat de grootste bres in dezelfde tijd? John Henry wint, maar moet dat met de dood bekopen. Hij is een iconisch figuur in de Amerikaanse geschiedenis, in zijn eentje symboliseert hij de strijd van de mens tegen de machine. Op dit moment ook weer actueel, vanwege de voortschrijdende technologie.

De beschrijvingen van John Henry variëren van plaats tot plaats. Hij was een miljoen dingen. Dat zadelde me op met een hoop vragen. Waar kwam hij vandaan, hoe heette zijn vrouw, was hij groot of klein, dik of dun. Was hij echt of verzonnen, was hij een bajesklant, een zanger, een katoenplukker, iemand in een chaingang? Dat is wat ik in mijn compositie wilde vangen: hoe informatie gaandeweg verandert. In die zin wilde ik het verhaal van het verhaal zelf vertellen.

Trio Medieval (c)  Ingvil Skeie Ljones

Ik vond een fantastisch boekje van een musicoloog die in de jaren dertig door Amerika trok en mensen interviewde over John Henry. De een zei: ‘Mijn grootvader werkte met hem aan de spoorlijn van Ohio.’ Een ander was er heilig van overtuigd dat hij uit West Virginia, Kentucky, South Carolina of zelfs het noordelijke New Jersey stamde. Uit al die informatie heb ik een stuk gemaakt met negen delen. Soms vertel ik het verhaal van John Henry en zijn gevecht met de stoomhamer, in andere delen reflecteert ik op al die conflicterende feiten.

In het vijfde deel, ‘Characteristics’ zingen de dames bijvoorbeeld repeterende frasen als: ‘He was tall, he was small, he was black, he was white, he was true, he was false’ enzovoort. Door woorden snel achter elkaar te herhalen, kunnen ze hun betekenis verliezen en alleen maar klank worden. Maar je kunt je hierdoor ook nóg bewuster worden van hun betekenis: hoe zat het eigenlijk precies? Het was ontzettend leuk dergelijke lijstjes te maken en naar muziek te vertalen.

In ‘The States’ speel ik bijvoorbeeld met hoe de namen van de verschillende staten ritmisch zouden klinken. De musici laten in dat deel hun instrumenten liggen en begeleiden de zangeressen met body percussion. Terwijl zij ‘West Virginia’ zingen in een vloeiende lijn, krijgen ze te maken met tegenritmes, waarbij op zeer onverwachte momenten ook nog eens gestampt wordt. De basispuls is gebaseerd op Georgia, dat door de herhalingen gaat lijken op het tjoeken van een trein. Ik speel daarnaast met de verschillende accenten waarmee je Kentucky, South Carolina, Colombo en Ohio kunt uitspreken.

Hoeveel folk zit er in Steel Hammer?

Ik heb veel naar oude opnames van John Henry geluisterd en gebruik flarden van de oorspronkelijke melodie, hoewel ook die vele varianten kent. Onze gitarist Mark Stewart is een expert op het gebied van de volksmuziek en hij bespeelt onder andere een mountain dulcimer. Dat is een soort liggende gitaar met drie of vier snaren.

Twee daarvan produceren een drone (een samenklank die onveranderd blijft), op de andere maak je de melodie. De metalige klank past mooi bij de banjo, die Mark bespeelt volgens de clawhammer techniek. Deze manier van spelen, waarbij je rechterhand de vorm van een klauw aanneemt is typisch voor de Appalachen.

Af en toe zet ik ook mondharmonica’s en een mondharp in, vanwege hun klankkleur en bijzondere boventonen. Naast de al eerder genoemde bones en body percussion is er ook het clogging, waarbij je ingewikkelde ritmes stampt. Het ziet er simpel uit maar vergt een behoorlijke beheersing van je (dij)benen: met het ene been produceer je een vast ritme, met het andere tegenritmes. In ‘Characteristics’ stapt Mark op een gegeven moment uit de band om te cloggen, op een andere moment doet hij het zittend. Het geroffel met de voeten is een beetje verwant aan flamenco.


Is John Henry een held of een loser?

Daar kun je op verschillende manieren naar kijken, maar in de eerste plaats wordt hij gezien als held. Welke versie je ook neemt, of hij nou zwart of blank is, een vrouwenversierder of een veroordeelde, hij wordt nooit negatief beschreven.

Natuurlijk kun je je afvragen of hij niet gek was: waarom zou je jezelf doodwerken om een machine te willen verslaan? Maar hij werkte in de context van een toenemende industrialisatie: als hij niet tegen de machine vocht, zou de machine zijn plek innemen. In die zin is zijn daad heroïsch: hij vecht tegen het lot.

Je kunt het ook doortrekken naar onze tijd, zoals Anne Bogart vorig jaar deed in een theatervoorstelling van Steel Hammer. Zijn wij tegenwoordig niet allemaal workaholics, die ons zelf min of meer dood werken? Tegelijkertijd staat John Henry symbool voor de vernederende en soms ook gevaarlijke situaties waarin wij als werkers geplaats worden. Zo heeft zijn verhaal een politieke kant. Hij werd dan ook door veel gemeenschappen geclaimd, onder andere door de communisten.

Voor mij persoonlijk is hij een held: hij vecht weliswaar een verloren strijd tegen de technologie, maar komt daarmee tot de kern van zijn mens-zijn: hij representeert de kracht van het individu. Niet voor niets zijn er in verschillende Amerikaanse steden standbeelden voor hem opgericht.

Jennifer Walshe wijdt compositiereeks aan Mars: ‘Mijn robotjes volgen het traject van de Perseverance Rover’

In samenwerking met AMMODO presenteert Muziekgebouw aan ’t IJ geregeld gloednieuwe composities aan een algemeen publiek. In de middag wordt een stuk uitgebreid onder handen genomen in een openbare repetitie; ’s avonds klinkt de wereldpremière.

Bij beide gelegenheden vraag ik de componist naar het hoe en waarom van de onderhavige compositie. Donderdag 19 met is het de beurt aan MARS I van de Ierse Jennifer Walshe. Zij componeerde dit multimediawerk voor Klangforum Wien en de zangeressen Juliet Fraser* en Elaine Mitchener. De voorstelling wordt geregisseerd door Delyana Lazarova.

Lees verder “Jennifer Walshe wijdt compositiereeks aan Mars: ‘Mijn robotjes volgen het traject van de Perseverance Rover’”

Manfred Trojahn over zijn opera Eurydice – Die Liebenden, blind: ‘Eurydice is een vaag type’

In 2011 bracht De Nationale Opera de wereldpremière van Orest, in een omstreden regie van Katie Mitchell. Elf jaar later presenteert het Opera Forward Festival Eurydice – Die Liebenden, blind, waarvoor Manfred Trojahn opnieuw zelf het libretto schreef. De première vindt plaats op 5 maart 2022 in De Stopera.

Ook nu zit het Nederlands Philharmonisch Orkest in de bak, maar dit keer tekent Pierre Audi voor de regie. Ik sprak Trojahn na afloop van een repetitie: ‘Nu ik het stuk een paar keer gehoord heb vraag ik me af: is mijn muziek niet te lyrisch?’

Lees verder “Manfred Trojahn over zijn opera Eurydice – Die Liebenden, blind: ‘Eurydice is een vaag type’”

Huba de Graaff eert Perzische dichter Forough Farrokhzad: ‘Long live rebels!’

Huba de Graaff (Amsterdam, 1959) is een van de origineelste componisten van Nederland. In haar eigenzinnige muziektheatervoorstellingen roept zij luidsprekers tot leven (Lautsprecher Arnolt, 2003), verkent de raakvlakken tussen Vlaamse polyfonie en apengezang (Apera, 2013), baseert een libretto op het lustvolle gekreun van een copulerend paar (Pornopera, 2015) of neemt een nationaal trauma onder de loep (De Lamp, 2020).

In haar nieuwste productie, de ‘rockperformance’ FF And here I am, a lonely woman,  stelt ze de Perzische dichteres en filmer ForoughFarrokhzad (1935-1967) centraal. Vanwege de beperkte zaalcapaciteit is de première in Theater Kikker Utrecht verdeeld over twee avonden: dinsdag 15 en woensdag 16 februari 2022. Zoals in veel van haar werk gaan ook in FF elektronica en muziek hand in hand. Ik vroeg De Graaff naar haar inspiratie en muzikale ontwikkeling.

Lees verder “Huba de Graaff eert Perzische dichter Forough Farrokhzad: ‘Long live rebels!’”

Componist Karin Rehnqvist over Silent Earth: ‘Ik moest simpelweg de opwarming van de aarde aan de orde stellen’

Op zaterdag 18 april 2020 zou de eerste uitvoering van Silent Earth van Karin Rehnqvist plaatsvinden in de NTR ZaterdagMatinee. Helaas gooide corona roet in het eten. Rehnqvist had dit grootschalige werk geschreven voor het Groot Omroepkoor en het Radio Philharmonisch Orkest, die het in het Amsterdamse Concertgebouw ten doop zouden houden.

Ik had de programmatoelichting geschreven en zou Rehnqvist (1957) voorafgaand aan het concert interviewen voor het publiek. Aangezien het nieuwe seizoen al was gepland, werd de première van Silent Earth verschoven naar 29 januari 2022.

Lees verder “Componist Karin Rehnqvist over Silent Earth: ‘Ik moest simpelweg de opwarming van de aarde aan de orde stellen’”

We’ll never let you down: theatraal eerbetoon aan legendarische celliste Jacqueline Du Pré

In 1987 bezweek de Britse cellolegende Jacqueline Du Pré aan multiple sclerose, 42 jaar oud. Hoewel ze al vijftien jaar geen concerten meer had gespeeld spoelde er een golf van verdriet over de wereld. In haar korte carrière had ze meer bereikt dan menig ander musicus in zijn of haar hele leven. Ze speelde op alle beroemde podia, was getrouwd met Daniel Barenboim en werkte met de grootste dirigenten en orkesten.

Celliste Doris Hochscheid eert haar nagedachtenis met We’ll never let you down, een productie van Stichting Cellosonate Nederland en OT-rotterdam. De opera beleefde vorig jaar zijn – online – wereldpremière tijdens de Cello Biënnale en hierna geplande live uitvoeringen vielen ten prooi aan corona. Maar afgelopen maand pakten Hochscheid, pianist Frans van Ruth en bariton Mattijs van de Woerd de draad weer op en toeren met de voorstelling door het land. Althans, zo lang het nog kan… In 2020 sprak ik Doris Hochscheid over het hoe en waarom van We’ll never let you down.

Lees verder “We’ll never let you down: theatraal eerbetoon aan legendarische celliste Jacqueline Du Pré”

Maxim Shalygin over Severade: ‘Ik had geen idee wat ik met dat nieuwe instrumentarium moest aanvangen’

De Oekraïens-Nederlandse componist Maxim Shalygin heeft zich met zijn avontuurlijke stukken een stevige positie verworven in ons vaderlandse muziekleven. Afgelopen oktober gooide hij hoge ogen met het koorwerk While Combing Your Hair, opgedragen aan de Wit-Russische dissident Maria Kalesnikava.

In september klonk in het festival Dag in de Branding de eerste publieke uitvoering van Severade, een avondvullend werk voor de cellist Maya Fridman, Cello Octet Amsterdam en 25 mechanische instrumenten van Rob van den Broek. Wie is hij en wat is de achtergrond van Severade?

Lees verder “Maxim Shalygin over Severade: ‘Ik had geen idee wat ik met dat nieuwe instrumentarium moest aanvangen’”

Hawar Tawfiq: ‘Alexander Hrisanide opende mijn ogen voor de schoonheid van het leven’

Waar voor velen de corona-lockdown een gedwongen stop in werkzaamheden betekende, had violist/componist Hawar Tawfiq (1982) het drukker dan ooit. Sinds april 2020 werkte hij onafgebroken aan vier stukken, waarvan het eerder uitgestelde Babylon aan de IJssel op 13 november zijn wereldpremière beleeft in November Music.

Op 4 november klinkt de eerste uitvoering van zijn voor de opening van dit festival gecomponeerde Requiem des fleurs et des nuages in Muziekgebouw aan ’t IJ; op 2 december vormt Exigeant voor klavecimbel het verplichte werk voor de jaarlijkse Prix Annelie de Man en op 23 december speelt het Koninklijk Concertgebouworkest zijn gloednieuwe orkestwerk M.C. Escher’s Imagination.

Lees verder “Hawar Tawfiq: ‘Alexander Hrisanide opende mijn ogen voor de schoonheid van het leven’”

Calliope Tsoupaki schrijft ‘Odysseus’, een opera zonder zang: ‘De dramaturgie zit in de muziek’

Op verzoek van Asko|Schönberg creëerde Calliope Tsoupaki Odysseus, in samenwerking met visual artist Awoiska van der Molen. Wat gebeurt er als we de controle dreigen te verliezen, als een handeling leidt tot onomkeerbare gevolgen? Het avondvullende stuk gaat 10 november in première tijdens November Music en is daarna ook te horen in Muziekgebouw aan ’t IJ (11-11), TivoliVredenburg (17-11) en De Doelen (2-12).

Lees verder “Calliope Tsoupaki schrijft ‘Odysseus’, een opera zonder zang: ‘De dramaturgie zit in de muziek’”

Ensemble Black Pencil viert 80e verjaardag Roderik de Man in de Amstelkerk

Op 23 mei 2021 werd componist Roderik de Man 80 jaar oud. Ter ere hiervan opent het Ensemble Black Pencil op 27 oktober zijn serie ‘Sit Fast Concerten’ in de Amsterdamse Amstelkerk met een geheel aan De Man gewijd concert onder de even simpele als treffende titel ‘Happy Birthday Roderik!’ Ze brengen recent werk van deze componist die zich na de dood van zijn echtgenote Annelie de Man in 2010 uit de schijnwerpers heeft teruggetrokken, maar onvermoeibaar is blijven componeren.

Aanleiding genoeg om mijn interview uit 1995 hier te herplaatsen. Ik studeerde nog muziekwetenschap en was onder de indruk van de net verschenen cd Visions, waarop ook Annelie de Man te horen is. Het artikel verscheen in Buma Magazine.

Lees verder “Ensemble Black Pencil viert 80e verjaardag Roderik de Man in de Amstelkerk”
%d bloggers liken dit: